Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
6.De beoordeling
€ 3.414,00
€ 6.556,00
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil tussen een deelgenoot van een gemeenschap en een vennootschap over een vordering voortvloeiend uit subrogatie na aflossing van een zakelijke lening met overwaarde van een woning.
De gemeenschap, bestaande uit appellante en haar ex-partner, had de zakelijke lening van de vennootschap afgelost met de overwaarde van hun woning. Appellante vorderde betaling van de hoofdsom vermeerderd met een contractuele rente van 4,8% vanaf augustus 2013, buitengerechtelijke kosten en rente.
De rechtbank wees een deel van de vordering toe en honoreerde het verrekeningsverweer van de vennootschap. Het hof vernietigt dit vonnis, oordeelt dat de contractuele rente van 4,8% ook na afloop van de rentevastperiode geldt, wijst het verrekeningsverweer af omdat de vordering van de vennootschap niet meer bestond, en kent de buitengerechtelijke kosten toe conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
Het hof veroordeelt de vennootschap tot betaling van de volledige hoofdsom met rente en buitengerechtelijke kosten, en veroordeelt haar in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de vennootschap tot betaling van €171.668,76 met 4,8% rente vanaf 2013 en buitengerechtelijke kosten aan de gemeenschap.