ECLI:NL:GHSHE:2021:1036

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 april 2021
Publicatiedatum
6 april 2021
Zaaknummer
200.282.246_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:304 BWArt. 225 RvArt. 227 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling procesbevoegdheid na juridische splitsing in hoger beroep civiele zaak

In deze civiele procedure staat centraal of de juridische splitsing van appellant [X schoenen B.V.] in twee rechtspersonen gevolgen heeft voor haar procesbevoegdheid in het hoger beroep tegen De Veste c.s. De Veste c.s. vorderden het ontslag van instantie omdat [X schoenen B.V.] na splitsing geen rechtssubject meer zou zijn en de rechtsopvolgers niet tijdig in de procedure waren opgekomen.

Het hof overweegt dat het hoger beroep door [X schoenen B.V.] is ingesteld vóór de splitsing en dat deze splitsing plaatsvond ná de dagvaarding en het anticipatie-exploot. Hierdoor blijft [X schoenen B.V.] ontvankelijk in het hoger beroep. De stelling van De Veste c.s. dat de rechtsopvolgers procesbevoegdheid hadden moeten verkrijgen binnen een ambtshalve peremptoire termijn wordt verworpen, omdat die termijn slechts ziet op het stellen van een procesvertegenwoordiger.

Het hof wijst de vordering van De Veste c.s. tot ontslag van instantie af en verwijst de zaak naar de rol voor een antwoord van De Veste c.s. op de incidentele vordering van appellanten om [X beheer B.V.] als rechtsopvolger in de procedure toe te laten. De beslissing over de proceskosten en verdere beslissingen in de hoofdzaak worden aangehouden.

Uitkomst: De vordering tot ontslag van instantie van [X schoenen B.V.] wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.282.246/01
arrest van 6 april 2021
gewezen in het incident in de zaak van

1.[X schoenen B.V.] ,gevestigd te [vestigingsplaats ] ,

2.
[appellant] ,wonende te [woonplaats] (België),
3.
[appellante] ,wonende te [woonplaats] (België),
appellanten in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: [appellanten] en
appellante sub 1 zal afzonderlijk worden aangeduid als [X schoenen B.V.] ,
advocaat: mr. J. Derksen te Amsterdam,
tegen

1.De Nieuwe Veste B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats ] ,

2.
De Veste B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats ] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: De Veste c.s.,
advocaat: mr. E.L.M. van Kranenburg te Nijmegen,
op het bij exploot van dagvaarding van 4 augustus 2020 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 6 mei 2020, gewezen tussen [appellanten] als eisers en De Veste c.s. als gedaagden.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/357981 / HA ZA 19-287)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 28 augustus 2019.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • het exploot van anticipatie van 17 augustus 2020;
  • de memorie van grieven met producties;
  • de memorie van antwoord tevens houdende vordering tot ontslag van instantie
  • de akte in de hoofdzaak tevens conclusie van antwoord in het incident van
Het hof heeft daarna een datum bepaald voor arrest in het incident.

3.De beoordeling

In het incident
3.1.
De Veste c.s. vorderen in dit incident dat het hof, uitvoerbaar bij voorraad, De Veste c.s. zal ontslaan van instantie met betrekking tot de door [X schoenen B.V.] ingestelde vorderingen, althans subsidiair [X schoenen B.V.] en/of haar rechtsopvolgers in haar vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans meer subsidiair hen deze vorderingen zal ontzeggen.
3.2.
De Veste c.s. stellen daartoe het volgende.
[X schoenen B.V.] is op 19 augustus 2020 door een juridische splitsing opgehouden te bestaan en het vermogen van [X schoenen B.V.] is overgegaan op [X beheer B.V.] en [Y Beheer B.V.]
[appellanten] hebben dit hoger beroep ingesteld op 4 augustus 2020, waarna De Veste c.s. op 17 augustus 2020 een anticipatie-exploot hebben uitgebracht waarbij [appellanten] vervroegd zijn opgeroepen tegen de rol van 25 augustus 2020. Na een op die rol door de rolraadsheer gegeven ambtshalve peremptoir uitstel, is [X schoenen B.V.] op 8 september 2020 in haar oorspronkelijke hoedanigheid in de procedure verschenen.
De verschijning van [X schoenen B.V.] is volgens De Veste c.s. van onwaarde omdat als gevolg van de juridische splitsing alleen de rechtsopvolgers van [X schoenen B.V.] rechtsgeldig in het geding konden verschijnen. [X schoenen B.V.] is door de juridische splitsing geen rechtssubject meer en mist daardoor procesbevoegdheid.
Daarnaast geldt volgens De Veste c.s. op grond van artikel 3:304 BW Pro dat een rechtsvordering (en dus de procesbevoegdheid) niet kan worden afgesplitst van het recht tot welks bescherming zij dient. Als [X schoenen B.V.] een vordering op De Veste c.s. heeft gehad, komt die sinds de splitsing uitsluitend toe aan de verkrijgende rechtspersonen.
Deze verkrijgende rechtspersonen hebben de gelegenheid gehad om van de regeling van artikel 225 lid 1 aanhef Pro en onder c Rv gebruik te maken, maar hebben deze gelegenheid niet benut. Inmiddels zijn zij daartoe niet meer bevoegd wegens overschrijding van de ambtshalve peremptoire termijn tot 8 september 2020. De Veste c.s. concluderen dat zij ten aanzien van [X schoenen B.V.] en haar rechtsopvolger(s) conform haar bij het anticipatie-exploot aangezegde vordering van de instantie dienen te worden ontslagen.
3.3.
[appellanten] voeren het volgende verweer. [X schoenen B.V.] is in verband met de pensionering van [appellant] op 19 augustus 2020 juridisch gesplitst in [X beheer B.V.] en [Y Beheer B.V.] Dat deze splitsing van invloed zou zijn op de lopende procedure hebben [appellanten] zich niet gerealiseerd. Gelet op de deformaliseringsregels voor de wijziging van de aanduiding van een procespartij in de uitspraak van de Hoge Raad van 13 december 2013 (JOR 2014/33 met annotatie van [persoonsnaam] ) en het doel en de strekking van de artikelen 225 en 227 Rv, dient volgens [appellanten] de vordering van De Veste c.s. te worden afgewezen.
Bij akte in de hoofdzaak vorderen [appellanten] primair te beslissen dat [X schoenen B.V.] in het vervolg van deze procedure zal worden aangeduid als [X beheer B.V.] , zijnde de rechtsopvolger onder algemene titel van [X schoenen B.V.] , met bepaling dat [X beheer B.V.] in deze hoedanigheid als procespartij in de plaats treedt van [X schoenen B.V.]
Subsidiair vorderen [appellanten] dat het geding op grond van artikel 225 lid 1 sub c Rv Pro wordt geschorst teneinde de rechtsopvolger(s) van [X schoenen B.V.] in de gelegenheid te stellen de procedure te hervatten.
De beoordeling van de vordering van De Veste c.s.
3.4.
Bij de beoordeling van de vordering van De Veste c.s. stelt het hof voorop dat [X schoenen B.V.] dit hoger beroep (samen met de andere eisers uit de vorige instantie) bevoegd aanhangig heeft gemaakt. De juridische fusie is immers van latere datum dan de datum van de dagvaarding in hoger beroep (en overigens ook van latere datum dan de datum van het anticipatie-exploot). [X schoenen B.V.] is daarom, evenals de twee andere appellanten, ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep. Het gegeven dat de juridische splitsing wel heeft plaatsgevonden voor de eerste (vervroegde) roldatum, 25 augustus 2020, betekent niet dat [X schoenen B.V.] op die roldatum, dan wel op de volgende roldatum 8 september 2020 waarop [appellanten] advocaat hebben gesteld, niet langer rechtsgeldig in het geding kon verschijnen.
3.5.
Tijdens een aanhangig geding kan bij rechtsopvolging onder algemene titel zoals hier aan de orde, het geding op grond van het bepaalde in artikel 225 lid 2 Rv Pro worden geschorst door betekening van de ingeroepen grond voor de schorsing aan de wederpartij dan wel door een daartoe strekkende akte ter rolle. Als echter de schorsingshandeling achterwege blijft kan het geding op naam van de oorspronkelijke partij worden voortgezet. Uit artikel 225 Rv Pro volgt niet dat de bevoegdheid om de schorsing in te roepen op enig moment vervalt.
Het voorgaande betekent dat van overschrijding van een ambtshalve peremptoire termijn tot 8 september 2020, zoals door De Veste c.s. gesteld, geen sprake kan zijn. Deze termijn zag enkel op het stellen van een procesvertegenwoordiger voor de in de exploten vermelde partijen.
3.6.
Het voorgaande betekent dat de door De Veste c.s. in het incident ingestelde vordering zal worden afgewezen. De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
De beoordeling van de incidentele vordering van [appellanten]
3.7.
Het hof beschouwt de primaire en de subsidiaire vordering van [appellanten] in de akte in de hoofdzaak als een incidentele vordering ex artikel 225 Rv Pro. De Veste c.s. zijn nog niet in de gelegenheid geweest om op deze vordering te reageren. Daarom zal het hof, alvorens te beslissen, de zaak naar de rol verwijzen om De Veste c.s. te laten antwoorden op de vordering van [appellanten]
In de hoofdzaak
3.8.
In afwachting van het antwoord van De Veste c.s. op de door [appellanten] ingestelde incidentele vordering zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

4.De beslissing

Het hof:
in het incident:
wijst de vordering van De Veste c.s. af;
houdt de beslissing over de proceskosten van het incident aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
verwijst de zaak naar de rol van 20 april 2021voor antwoord in het incident aan de zijde van De Veste c.s., ambtshalve peremptoir;
in de hoofdzaak:
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, M.G.W.M. Stienissen en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 april 2021.
griffier rolraadsheer