Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 11 februari 2020 waarbij het hof een mondelingen behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 mei 2020;
- de memorie van grieven van 14 juli 2020 met twee producties;
- de memorie van antwoord van 22 september 2020.
6.De beoordeling
conditio sine qua nongeweest voor de aanwezigheid van de middelen, welk feit daarom aan [onderbewindgestelde] toegerekend kan worden, ook indien zij van de aanwezigheid niet op de hoogte zou zijn geweest. Dat [onderbewindgestelde] die toegang niet uit vrije wil heeft gegeven is niet gesteld en volgt ook niet uit de aangevoerde feiten of omstandigheden. De omvang van de aangetroffen hoeveelheden doet vermoeden dat zij voor de handel bestemd waren en dat vermoeden wordt op geen enkele wijze weerlegd.