Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , en
[minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde.
De kinderen zijn sinds 2018 onder toezicht gesteld en sinds 2019 geplaatst in een therapeutisch gezinshuis. De moeder betwistte de beëindiging van haar gezag en voerde aan dat zij voldoende stabiel is en in staat om de kinderen met hulpverlening op te voeden. De raad en GI stelden dat de aanvaardbare termijn voor terugplaatsing is verstreken en dat de moeder en haar partner onvoldoende pedagogische vaardigheden bezitten.
Het hof oordeelde dat de kinderen ernstige bedreigingen in hun ontwikkeling ondervinden en dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn in staat is om de volledige verzorging en opvoeding te dragen. De klachten over het gezinshuis werden onvoldoende onderbouwd geacht. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het beroep van de moeder af.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijkheid voor het toekomstperspectief van de kinderen en bevestigt de voogdij van de GI als beste waarborg voor hun ontwikkeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.