Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.ABC Wonen B.V.,
[appellant 2] ,
[appellante 3] ,gevestigd respectievelijk wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
4.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 17 juli 2018 waarin het hof een incidentele vordering van [geïntimeerden] heeft afgewezen en de beslissing over de proceskosten van het incident heeft aangehouden;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties 88 t/m 105;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, met producties 27 t/m 36;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-formulier van 23 december 2019 door mr. Borger toegezonden akte met producties 37 t/m 48, die hij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij brief van mr. Tacx d.d. 24 december 2019 toegezonden producties 108 t/m 110 (ingekomen ter griffie op 2 januari 2020), die hij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
5.De verdere beoordeling
nietniet-ontvankelijk zijn verklaard in hun vorderingen tegen ABC. Het leidt er wel toe dat het hof het bestreden tussenvonnis van
- kosten die zien op beslagen die op 15 december 2011 ten laste van ATI en ABC zijn gelegd onder de veilingkopers en onder de notaris (prod. 27 t/m 35 en 38, 43 t/m 46 en 48 t/m 51)
- kosten betreffende het beslag dat op 9 januari 2012 ten laste van [appellant 2] en [appellante 3] is gelegd op onroerende zaken van hen (prod. 39 en 42).
6.De uitspraak
- ten aanzien van ABC en [appellant 2] : vanaf veertien dagen na betekening van het eindvonnis van 6 september 2017 tot aan de dag der voldoening;
- ten aanzien van [appellante 3] : vanaf veertien dagen na betekening van dit arrest tot aan de dag der voldoening;