Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
’s-Hertogenbosch, van 29 april 2019, in de strafzaak met parketnummer 01-997631-17 tegen:
[verdachte] ,
- ‘opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven’ (telkens feit 1 en feit 3) en
- ‘van het plegen van witwassen een gewoonte maken, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven’ (telkens feit 2 primair en feit 4 primair),
de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
[Stichting 1] , verder te noemen ‘de Stichting’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 3 oktober 2017 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Moerdijk en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van de Stichting
over het/de aangiftetijdvak(ken)
- 1e kwartaal 2012 (DOC-011 6/49) en/of
- 2e kwartaal 2013 (DOC-011 11/49) en/of
- 3e kwartaal 2014 (DOC-011 16/49) en/of
over het/de aangiftetijdvak(ken)
- 1 juli 2015 tot en met 30 september 2015 (DOC-011 26-28/49) en/of
- 1 januari 2016 tot en met 31 maart 2016 (DOC-011 32-34/49) en/of
- 1 oktober 2016 tot en met 31 december 2016 (DOC-011 41-43/49) en/of
- 1 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 (DOC-011 44-46/49) en/of
- 1 april 2017 tot en met 30 juni 2017 (DOC-011 47-49/49) en/of
- 1 juli 2017 tot en met 30 september 2017 (D-036 5-7/7),
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft de Stichting en/of (een of meer van) haar mededader(s) toen aldaar (telkens) opzettelijk op de bij de bevoegde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde (elektronische) aangifte(n) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken) (telkens) een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en/of een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting, althans (telkens) een onjuist bedrag aan te betalen en/of terug te vragen omzetbelasting, opgegeven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
[Stichting 1] , verder te noemen ‘de Stichting’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 mei 2012 tot en met 7 februari 2017 in de gemeente Moerdijk, althans in Nederland, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 162.200,00 of daaromtrent (DOC-062) heeft voorhanden gehad en/of overgedragen en/of (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten van een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 162.200,00 of daaromtrent (DOC-062) gebruik heeft gemaakt, door toen aldaar (telkens) dat/die bedrag(en) aan geld over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de Stichting naar een/de bankrekening(en) ten name van hem, verdachte, met rekeningnummer(s) [bankrekeningnummer 1] en/of [bankrekeningnummer 2] , terwijl de Stichting (telkens) wist dat dat/die voorwerp(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf en de Stichting (aldus) van het plegen van witwassen (al dan niet) een gewoonte heeft gemaakt, hebbende hij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot dat/die strafbare feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);
€ 162.200,00 of daaromtrent (DOC-062) gebruik heeft gemaakt, door toen aldaar (telkens) dat/die bedrag(en) aan geld over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van [Stichting 1] naar een/de bankrekening(en) ten name van hem, verdachte, met rekeningnummer(s) [bankrekeningnummer 1] en/of [bankrekeningnummer 2] , terwijl hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (aldus) van het plegen van witwassen (al dan niet) een gewoonte heeft/hebben gemaakt;
[Stichting 2] , verder te noemen ‘de Stichting’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 3 oktober 2017 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Moerdijk en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van de Stichting
over het/de aangiftetijdvak(ken)
- 3e kwartaal 2012 (DOC-012 7/48) en/of
- 4e kwartaal 2013 (DOC-012 12/48) en/of
- 3e kwartaal 2014 (DOC-012 15/48) en/of
over het/de aangiftetijdvak(ken)
- 1 juli 2015 tot en met 30 september 2015 (DOC-012 25-27/48) en/of
- 1 juli 2016 tot en met 30 september 2016 (DOC-012 37-39/48) en/of
- 1 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 (DOC-012 43-45/48) en/of
- 1 juli 2017 tot en met 30 september 2017 (D-037 5-7/7),
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft de Stichting en/of (een of meer van) haar mededader(s) toen aldaar (telkens) opzettelijk op de bij de bevoegde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde (elektronische) aangifte(n) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken) (telkens) een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en/of een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting, althans (telkens) een onjuist bedrag aan te betalen en/of terug te vragen omzetbelasting, opgegeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
[Stichting 2] , verder te noemen ‘de Stichting’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 oktober 2014 tot en met 7 februari 2017 in de gemeente Moerdijk, althans in Nederland, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 53.580,00 of daaromtrent (DOC-063) heeft voorhanden gehad en/of overgedragen en/of (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten van een of meer bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 53.580,00 of daaromtrent (DOC-063) gebruik heeft gemaakt, door toen aldaar (telkens)
- (een of meer van) dat/die bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 45.050,00 of daaromtrent over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de Stichting naar de/een bankrekening ten name van hem, verdachte, met rekeningnummer [bankrekeningnummer 2] en/of
- (een of meer van) dat/die bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 3.000,00 of daaromtrent over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de Stichting naar de/een bankrekening ten name van [gezinslid 1] , met rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] en/of
- (een of meer van) dat/die bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 5.530,00 of daaromtrent over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de Stichting naar de/een bankrekening ten name van [bedrijf] , met rekeningnummer [bankrekeningnummer 4] ,
terwijl de Stichting (telkens) wist dat dat/die voorwerpen(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf en de Stichting (aldus) van het plegen van witwassen (al dan niet) een gewoonte heeft gemaakt, hebbende hij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot dat/die strafbare feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);
€ 53.580,00 of daaromtrent (DOC-063) gebruik heeft gemaakt, door toen aldaar (telkens), tezamen met (een of meer van) zijn mededader(s), althans alleen,
- (een of meer van) dat/die bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 45.050,00 of daaromtrent over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de [Stichting 2] naar de/een bankrekening ten name van hem, verdachte, met rekeningnummer [bankrekeningnummer 2] en/of
- (een of meer van) dat/die bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 3.000,00 of daaromtrent over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de [Stichting 2] naar de/een bankrekening ten name van [gezinslid 1] , met rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] en/of
- (een of meer van) dat/die bedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag groot € 5.530,00 of daaromtrent over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de [Stichting 2] naar de/een bankrekening ten name van [bedrijf] , met rekeningnummer [bankrekeningnummer 4] ,
terwijl hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (aldus) van het plegen van witwassen (al dan niet) een gewoonte heeft/hebben gemaakt.
[Stichting 1] , verder te noemen ‘de Stichting’, op tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 3 oktober 2017 in Nederland, telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van de Stichting over de aangiftetijdvakken
- 1e kwartaal 2012 en
- 2e kwartaal 2013 en
- 3e kwartaal 2014 en
- 1 juli 2015 tot en met 30 september 2015 en
- 1 januari 2016 tot en met 31 maart 2016 en
- 1 oktober 2016 tot en met 31 december 2016 en
- 1 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 en
- 1 april 2017 tot en met 30 juni 2017 en
- 1 juli 2017 tot en met 30 september 2017,
onjuist heeft gedaan, immers heeft de Stichting toen aldaar telkens opzettelijk op de bij de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde elektronische aangiften omzetbelasting over genoemde aangiftetijdvakken een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting, althans een onjuist bedrag aan terug te vragen omzetbelasting, opgegeven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
[Stichting 1] , verder te noemen ‘de Stichting’, in de periode van 9 mei 2012 tot en met 7 februari 2017 in Nederland, voorwerpen, te weten bedragen aan geld, heeft voorhanden gehad en overgedragen, door toen aldaar die bedragen aan geld over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de Stichting naar een bankrekening ten name van hem, verdachte, met rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] of [bankrekeningnummer 2] , terwijl de Stichting wist dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf en de Stichting aldus van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging;
[Stichting 2] , verder te noemen ‘de Stichting’, op tijdstippen in de periode van 1 juli 2012 tot en met 3 oktober 2017 in Nederland, telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van de Stichting over de aangiftetijdvakken
- 3e kwartaal 2012 en
- 4e kwartaal 2013 en
- 3e kwartaal 2014 en
- 1 juli 2015 tot en met 30 september 2015 en
- 1 juli 2016 tot en met 30 september 2016 en
- 1 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 en
- 1 juli 2017 tot en met 30 september 2017,
onjuist heeft gedaan, immers heeft de Stichting toen aldaar telkens opzettelijk op de bij de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde elektronische aangiften omzetbelasting over genoemde aangiftetijdvakken een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting, althans een onjuist bedrag aan terug te vragen omzetbelasting, opgegeven, terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
[Stichting 2] , verder te noemen ‘de Stichting’, in de periode van 17 oktober 2014 tot en met 7 februari 2017 in Nederland, voorwerpen, te weten een of meer bedragen aan geld heeft voorhanden gehad en overgedragen, door toen aldaar die bedragen aan geld over te (doen of laten) boeken vanaf de bankrekening van de Stichting naar een bankrekening ten name van hem, verdachte, met rekeningnummer [bankrekeningnummer 2] of naar een bankrekening ten name van [gezinslid 1] met rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] of naar een bankrekening ten name van [bedrijf] , met rekeningnummer [bankrekeningnummer 4] , terwijl de Stichting wist dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf en de Stichting aldus van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, hebbende hij, verdachte, feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging.
Ambtsedige verklaring omzetbelasting met bijlagen, dossierpagina’s 427 e.v., opgemaakt door [belastingambtenaar 1] , belastingambtenaar, inhoudende de verklaring dat over het tijdvak 3e kwartaal 2017 de aangifte omzetbelasting betreffende de belastingplichtige [Stichting 1] digitaal is binnengekomen op de computersystemen van de Belastingdienst, met als bijlage 4/7 (dossierpagina 430) een overzicht van datum en tijdstip waarop de desbetreffende aangifte is ontvangen door de Belastingdienst/Centrale administratie Apeldoorn.
Aangiften omzetbelasting ten name van de [Stichting 2] over de aangiftetijdvakken 3e kwartaal 2012, 4e kwartaal 2013, 3e kwartaal 2014, 1 juli 2015 tot en met 30 september 2015, 1 juli 2016 tot en met 30 september 2016, 1 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 en 1 juli 2017 tot en met 30 september 2017, respectievelijke dossierpagina’s 288, 233, 236, 246-248, 258-260, 264-266 en 438-440.
Ambtsedige verklaring omzetbelasting met bijlagen, dossierpagina’s 434 e.v., opgemaakt door [belastingambtenaar 1] , belastingambtenaar, inhoudende de verklaring dat over het tijdvak 3e kwartaal 2017 de aangifte omzetbelasting betreffende de belastingplichtige [Stichting 2] digitaal is binnengekomen op de computersystemen van de Belastingdienst, met als bijlage 4/7 (dossierpagina 437) een overzicht van datum en tijdstip waarop de desbetreffende aangifte is ontvangen door de Belastingdienst/Centrale administratie Apeldoorn.
Proces-verbaal van ambtshandeling inzake onderzoek bestedingen uitbetaalde teruggaven omzetbelasting d.d. 16 januari 2018, dossierpagina’s 90-91 in combinatie met de overzichten inzake de teruggaven aan omzetbelasting aan de [Stichting 1] en de [Stichting 2] , respectievelijke dossierpagina’s 779-780 en 781-783.
Proces-verbaal van ambtshandeling inzake mutaties op de bankrekening van [Stichting 1] d.d. 20 december 2017, dossierpagina’s 65-66 in combinatie met de mutatieoverzichten van deze bankrekening, dossierpagina’s 641-649.
Proces-verbaal van verhoor getuige [belastingambtenaar 2] d.d. 30 januari 2018, dossierpagina’s 136-139 in combinatie met het overzicht van betalingen vanaf de bankrekening van [Stichting 1] naar de privérekening van de verdachte en zijn echtgenote [gezinslid 2] v.v., dossierpagina 277.
Proces-verbaal van ambtshandeling inzake het onderzoek naar de balansen en winst- en verliesrekeningen van [Stichting 1] en [Stichting 2] d.d. 16 november 2017, dossierpagina 69.
Proces-verbaal van ambtshandeling inzake mutaties op de bankrekening ten name van de verdachte d.d. 20 december 2017, dossierpagina’s 65-66 in combinatie met betalingsoverzichten, dossierpagina’s 441-526 en 655-662.
Uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel betreffende [Stichting 1] en [Stichting 2] , respectievelijke dossierpagina’s 805 en 155-157.
De ten onrechte ontvangen geldbedragen zijn, veelal vrijwel direct na ontvangst, door de verdachte vanaf de bankrekeningen van beide stichtingen overgeboekt naar onder meer zijn privébankrekening, bankrekeningen van zijn gezinsleden en naar bedrijven.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden;
3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;