Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 april 2019.
- een geschrift, zijnde een uittreksel Kamer van Koophandel d.d. 20 september 2017, p. 115;
- een geschrift, zijnde een uittreksel Kamer van Koophandel d.d. 20 september 2017, p. 805;
- het relaasproces-verbaal, p. 5;
- een 9-tal geschriften, zijnde aangiften voor de omzetbelasting ten name van [stichting verdachte 1] over het eerste kwartaal 2012 tot en met derde kwartaal 2017, p. 178, 183, 188, 198 t/m 200, 204 t/m 206, 213 t/m 215, 216 t/m 218, 219 t/m 221, 431 t/m 433;
- een geschrift, opgemaakt door een ambtenaar van de Belastingdienst, [persoon 1] , Centrale administratie kantoor Apeldoorn, d.d. 3 oktober 2017, p. 173;
- een geschrift, zijnde een overzicht van de Belastingdienst met betrekking tot de data en tijdstippen waarop de aangiften omzetbelasting van [stichting verdachte 1] zijn ontvangen, p. 174;
- een geschrift, opgemaakt door een ambtenaar van de Belastingdienst, [persoon 1] , Centrale administratie kantoor Apeldoorn, d.d. 20 november 2017; p. 427;
- een geschrift, zijnde een overzicht van de Belastingdienst met betrekking tot de datum en tijdstip waarop de aangifte omzetbelasting van [stichting verdachte 1] is ontvangen, p. 430;
- proces-verbaal van ambtshandeling, AMB-10, p. 73 t/m 75;
- proces-verbaal van verhoor van [getuige] , G-03-01, p. 136-138;
- een 7-tal geschriften, zijnde aangiften voor de omzetbelasting ten name van [stichting verdachte 2] over het derde kwartaal 2012, vierde kwartaal 2013, het derde kwartaal 2014, het derde kwartaal 2015, het derde kwartaal 2016, het eerste kwartaal 2017 en het derde kwartaal 2017, p. 228, 233, 236, 246 t/m 248, 258 t/m 260, 264 t/m 266, 438 t/m 440;
- een geschrift, opgemaakt door een ambtenaar van de Belastingdienst, [persoon 1] , Centrale administratie kantoor Apeldoorn, d.d. 3 oktober 2017, p. 222;
- een geschrift, zijnde een overzicht van de Belastingdienst met betrekking tot de data en tijdstippen waarop de aangiften omzetbelasting van [stichting verdachte 2] zijn ontvangen, p. 223;
- een geschrift, opgemaakt door een ambtenaar van de Belastingdienst, [persoon 1] , Centrale administratie kantoor Apeldoorn, d.d. 20 november 2017, p. 434;
- een geschrift, zijnde een overzicht van de Belastingdienst met betrekking tot de datum en tijdstip waarop de aangifte omzetbelasting van [stichting verdachte 2] is ontvangen, p. 437;
- proces-verbaal van ambtshandeling, AMB-11, p. 76 t/m 77.
[de rechtbank merkt hierbij op dat in D-062 staat vermeld € 9.810 maar dat dit is gecorrigeerd in het aanvangsproces-verbaal in
- proces-verbaal van ambtshandeling AMB-05 juncto de geschriften D-014 (rekeningoverzicht NL76ABNA0584015143 ten name van [stichting verdachte 1] , D-015 (overzicht betalingen vanaf en naar de [rekening 4] naar en van de privérekening van verdachte en zijn echtgenote), D-042 (bankmutaties [bank] rekening [stichting verdachte 1] ) en D-043 (bankmutaties [bank] rekening [stichting verdachte 1] ): mutaties bankrekening [stichting verdachte 1] met betrekking tot 2012 t/m 30-10-2017;
- proces-verbaal van verhoor van [getuige] , G-03-01, p. 138 juncto het geschrift D-015 (overzicht betalingen vanaf en naar de [rekening 4] naar en van de privérekening van verdachte en zijn echtgenote), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
vanaf 17 oktober 2014 tot en met 7 februari 2017€ 46.078,- is overgeschreven naar de privérekening (giro) 4015707 op naam van [verdachte] en € 250,- contant is opgenomen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- het blanco strafblad van verdachte;
- zijn leeftijd (63 jaar);
- dat hij door zijn drukke werkzaamheden als gemeenteraadslid, actief lid van de wijkvereniging en de carnavalsvereniging, onvoldoende tijd had om op een juiste wijze leiding te geven aan zijn ondernemingen;
- de omstandigheid dat verdachte niet in luxe leefde;
- de impact van de zaak en van de negatieve krantenberichten op verdachte en zijn gezin.
DE UITSPRAAK
t.a.v. feit 1:opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven;t.a.v. feit 2 primair:van het plegen van witwassen een gewoonte maken, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven.t.a.v. feit 3:opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven;t.a.v. feit 4 primair:van het plegen van witwassen een gewoonte maken, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
18 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan
6 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren.