Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding tot aan de verwijzing door de Hoge Raad
2.Het geding in hoger beroep na verwijzing
- het exploot van oproeping van 15 november 2019;
- de memorie na verwijzing van Alsi;
- de memorie na verwijzing van de curator;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
for acceptance and acknowledgement by Lyempf” ondertekend. In de Variation Agreement is de wijze van betaling van de koopprijs voor de aandelen aangepast als volgt:
2.10 (…)
Purchaser shall pay the Purchase Price to Seller, by transferring the amount
Purchaser shall make available the Purchaser’s Loan to the Company.”
This is to inform you that Gramen Shipping and Trading Inc. has paid on 27-05-2010 an amount of EUR 12.490.000 to the account of LYEMPF B.V.
In verband met de ontkoppeling van de financiering tussen Frésena-Salland en Lyempf B.V. kan ik u het volgende mededelen:
- Niet gebleken is dat Alsi het in haar jaarrekening 2010 opgenomen rekening-courantsaldo van € 25.715,-- aan Lyempf heeft medegedeeld zoals bedoeld in artikel 6:140 lid 2 BW Pro, en dus zal de omvang van het door Alsi aan Lyempf verschuldigde saldo van de rekening-courant worden bepaald op € 547.386,-- (rov. 4.2.-4.4.).
- Aangezien met de Seller’s Loan geen geldbedrag aan Lyempf is overgemaakt en niet is gebleken van een andere vorm van afgifte in de zin van artikel 7A:1791 BW, is tussen Alsi en Lyempf geen geldleningsovereenkomst ontstaan, uit hoofde waarvan Alsi een vordering op Lyempf heeft verkregen die zij kan verrekenen met de rekening-courantschuld (rov. 4.7.).
- Alsi heeft haar stellingen ter zake onrechtmatig handelen dan wel tekortschietend handelen van Lyempf onvoldoende onderbouwd en dus zal de subsidiair aangevoerde grondslag voor verrekening worden afgewezen (rov. 4.10.).
- De door Alsi aangevoerde omstandigheden zijn niet van dien aard dat toewijzing van de vordering van de curator naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (rov. 4.12.).
- De door de curator gemaakte kosten in verband met het boekenonderzoek door [deskundige] , zijn niet onnodig of onredelijk (rov. 4.16.).
- Als vaststaand kan worden aangenomen dat [betrokkene 2] de brief van 15 juni 2010 bewust onjuist heeft opgesteld, in de wetenschap dat de betaling € 12.490.000,-- niet van Gramen afkomstig was (rov. 5.6.).
- Indien komt vast te staan dat Lyempf, bevoegd vertegenwoordigd door haar enig statutair directeur, de verklaring van 15 juni 2010 heeft afgegeven in antwoord op het verzoek van Alsi om een bevestiging te ontvangen van de door haar (via Gramen) te verrichten betaling op de geldlening, betekent dit dat deze verklaring niet anders kan worden geduid dan een bevestiging van de betaling op de aan haar verstrekte geldlening waaraan Lyempf in beginsel is gebonden en waardoor Alsi is gekweten (rov. 5.7.).
- Dit betekent bovendien dat Alsi er op mocht vertrouwen dat Gramen namens haar de vordering uit de Seller’s Loan aan Lyempf had betaald en dat Lyempf haar kwijting heeft verleend voor haar verplichting uit de Seller’s Loan, en dat de curator zich niet met succes kan beroepen op het ontbreken van een met de verklaring overeenstemmende wil (rov. 5.8.).
- Indien komt vast te staan dat Alsi erop mocht vertrouwen dat Gramen namens haar de vordering uit de Seller’s Loan aan Lyempf had betaald, was zij daarmee bevoegd tot verrekening van haar schuld in rekening-courant aan Lyempf met haar vordering op Lyempf uit hoofde van de Seller’s Loan (rov. 5.9.).
3.3.2. De oordelen van het hof komen, samengevat, op het volgende neer: