Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Woningstichting [woningstichting] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7239058 \ CV EXPL 18-6099)
2.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 23 juli 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 26 september 2019;
- de memorie van grieven met producties 1-7;
- de memorie van antwoord met producties 1-6;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van [woningstichting] .
3.De beoordeling
- Op 16 februari 2017 hebben [appellant] en [woningstichting] een huurovereenkomst gesloten betreffende de huur door [appellant] van een woning, gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning).
- Artikel 3 van Pro de huurovereenkomst bepaalt dat huurovereenkomst is ingegaan per 16 februari 2017 voor onbepaalde tijd.
- Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. De algemene voorwaarden bepalen voor zover relevant als volgt:
De oplevering van het gehuurde bij het einde van de huur
- Op 25 januari 2018 heeft [appellant] de huur van de woning opgezegd per 26 februari 2018.
- Op 1 februari 2018 stond een afspraak gepland voor voorinspectie van de woning. Deze afspraak is door [appellant] afgezegd.
- Op 21 februari 2018 heeft [woningstichting] aan [appellant] (op het adres van het gehuurde) per aangetekende post een brief gestuurd, waarin onder andere het volgende staat:
U heeft op 25 januari 2018 per email de huur opgezegd van uw woning [adres] te [plaats] met als einddatum 26 februari 2018. Op 25 januari 2018 hebben wij schriftelijk uw huuropzegging bevestigd. In deze brief zijn met u telefonisch gemaakte afspraken bevestigd voor het uitvoeren van de vooropname op 1 februari 2018 om 16.00 uur en de eindopname op 26 februari 2018 om 13.30 uur.
- Op 26 februari 2018 was [appellant] niet in de woning aanwezig.
- Na herhaalde verzoeken van [woningstichting] heeft [appellant] de sleutels van de woning op 12 maart 2018 bij [woningstichting] ingeleverd.
- Bij brief van 5 april 2018 van [woningstichting] aan [appellant] heeft [woningstichting] de eindafrekening gestuurd, met als bijlage een overzicht van de gemaakte herstelkosten. In de brief staat onder meer het volgende: