Uitspraak
1.A
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte, (telkens):
(aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
zulks terwijl die feiten althans een meermalen:
2.A
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en), hierin dat hij, verdachte, (telkens):
zulks terwijl die/dat feit(en) telkens, althans een- of meermalen:
1.A
en bestaande die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte, telkens:
aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
- de vagina van die [slachtoffer 1] gelikt en/of
- zichzelf laten aftrekken door die [slachtoffer 1] ,
zulks terwijl die feiten althans eenmaal:
2.A
bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte, telkens:
aldus voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
ongeveer 2 tot 3 maanden geleden heeft [slachtoffer 1] aangegeven dat ze seksueel misbruikt was’. [1] Dit wordt bevestigd door [slachtoffer 1] zelf in haar e-mail van 23 maart 2015 waarin is vermeld ‘
sinds de eerste keer heeft hij mijn bijna elke keer lichamelijk misbruikt en omdat ik bang ben durf ik er met niemand over te praten. Ik heb het twee maanden geleden tegens ons pap verteld.’ [2] Ook de uit de door de onafhankelijke getuige [leidinggevende] gemaakte samenvatting van het app-verkeer tussen haar en [slachtoffer 1] op 13 maart 2015 bevestigt dit. Hierin staat namelijk ‘
Vader van [slachtoffer 1] wil dat [slachtoffer 1] alles vertelt over [verdachte 1] . [slachtoffer 1] zegt tegen mij … wil je het aan papa vertellen.’ [3] Ook hieruit volgt namelijk dat [slachtoffer 1] tegen haar vader toen kennelijk enkel nog had gezegd dát ze was misbruikt door de verdachte, maar niet waar dat misbruik uit had bestaan.Tot slot verklaart [slachtoffer 1] daarover bij de rechter-commissaris d.d. 3 oktober 2017
‘De raadsman vraagt of ik toen al met hem over [verdachte 1] gesproken had, dus voordat ik bij mijn vader ging wonen. Ja. Ik weet niet meer wanneer. De raadsman vraagt waar ik het hem verteld heb. In de auto. De raadsman vraagt of ik het op dat moment al aan iemand anders had verteld. Tegen [leidinggevende] . De raadsman vraagt mij of zij de eerste was die ik het vertelde. Ja.’ [4]
‘V: Toen wij jou vroegen of jij enig idee had wie er aangifte had gedaan tegen [verdachte 1] , zei jij [slachtoffer 1] . Waarom denk jij dat [slachtoffer 1] aangifte gedaan heeft tegen [verdachte 1] ? A: Omdat zij mij een keer heeft geappt met het verhaal dat [verdachte 1] haar misbruikt zou hebben. Toen appte zij dat [verdachte 1] haar misbruikt zou hebben. V: Wanneer was dit? A: Het was de eerste Zumbales na de kerstvakantie, dus dat was op 5 of 7 januari 2015, op een maandag [5] .’
[slachtoffer 1] zegt tegen mij… wil jij het aan papa vertellen. Ik heb gezegd dat dat geen goed plan is want als ze aangifte wil doen zal ze ook moeten praten. Dus ik heb haar geadviseerd alles op te schrijven. Ze appt mij het volgende: het is nu inmiddels al 3 jaar bezig en ik heb het nog nooit durven zeggen tegen iemand. Nu weten enkele mensen dat hij me heeft verkracht, geneukt, gebeft en hij heeft alles gedaan. Ik moest ook dingen bij hem doen. Pijpen en zo. Zo een beetje goed? Ik weet ook niet goed hoe ik het moet zeggen. Ik zeg haar dat het goed is. Wanneer was de eerste keer, wanneer de laatste keer en hoe vaak is het ongeveer gebeurd. Zij zegt: Eerste keer is bij hen thuis. Laatste keer is toen ik hun 400 euro heb geleend. Eerst ging ik ieder weekend bij hen slapen en toen is het elke keer gebeurd.’ [6] In deze samenvatting van het appverkeer tussen [slachtoffer 1] en [leidinggevende] wordt bevestigd dat ze het inmiddels in het algemeen tegen enkele mensen heeft gezegd (blijkens bovenstaande: [naam vader] en [tante] ) en dat de eerste echte meer inhoudelijke disclosure pas komt tegenover [leidinggevende] en wel eerst nadat [leidinggevende] haar daartoe expliciet heeft uitgenodigd
.Zo verklaart ook [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris:
‘De raadsman vraagt of ik het op dat moment al aan iemand anders had verteld. Tegen [leidinggevende] . De raadsman vraagt mij of zij de eerste was die ik het vertelde. Ja.’ [7]
Eerst koos [slachtoffer 1] ervoor om het niet aan haar moeder te vertellen. Ze durfde het niet. Vader stimuleerde [slachtoffer 1] het allemaal op te schrijven en het briefje dan aan haar moeder te geven. Dit deed [slachtoffer 1] . [8] Voorts leidt het hof dit af uit de e-mail van [slachtoffer 1] waarin is vermeld ‘
en pas op 16-3-15 heb ik het tegen ons mam verteld via een briefje.’ [9] Voorts blijkt dit uit de door [slachtoffer 1] afgelegde verklaring bij de rechter-commissaris d.d. 3 oktober 2017, namelijk
‘De raadsman vraagt of ik me kan herinneren dat ik een briefje aan mijn moeder heb gegeven. Ja. Het was een kort briefje. Ik wijs nu naar een memoblaadje.’ [10]
bracht [naam] (hof: de broer van [slachtoffer 1] ) naar [tante] en ging zelf met [slachtoffer 1] een boodschap doen. [slachtoffer 1] begon toen plotseling hevig te huilen. Ze vertelde toen dat zij verkracht werd door [verdachte 1] en daardoor ontmaagd was. [verdachte 1] zou haar gedrogeerd hebben waardoor ze rustig werd. Het was begonnen op de camping. Toen was [verdachte 1] dronken en [slachtoffer 1] ondersteunde hem toen. Hij stak toen zijn hand in haar broek en begon haar te kussen’ (hof, etc.). [11] Voorts heeft [slachtoffer 1] hierover zelf verklaard bij de rechter-commissaris d.d. 3 oktober 2017, namelijk
‘De raadsman vraagt waar ik het hem verteld heb. In de auto.’ [12]
omdat ik moeilijk kan praten zet ik alles even op papier. Ik hoop dat ik op deze manier mijn boosheid en emotie kwijt kan.’ [13] Voorts heeft [slachtoffer 1] hierover zelf verklaard bij de rechter-commissaris d.d. 3 oktober 2017, namelijk
‘De raadsman vraagt naar een e-mail en toont mij die en vraagt of ik me dat nog herinner. Een beetje wel. De raadsman vraagt of ik hulp heb gehad bij het typen. Nee. De raadsman vraagt of ik het helemaal zelf gemaakt heb. Ja.’ [14] Bij deze verklaring is [slachtoffer 1] gebleven ten tijde van het studioverhoor d.d. 4 februari 2021, namelijk
‘G: Gewoon van me eh af gaan schrijven, typen. Wat eh gebeurd is. Dat dat makkelijker is dan praten. V: op welke computer had je dat gedaan? G: Bij [naam vader]. V: en heeft iemand jou geholpen bij t schrijven van die brief? G: Nee, dat heb ik zelf gedaan. [15]
meermalen gepleegd
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
gevangenisstrafvoor de duur van
64 (vierenzestig) maanden;
€ 14.000,00 (veertienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2013 tot aan de dag der voldoening;
€ 10,40 (tien euro en veertig cent);
van € 14.000,00 (veertienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2013 tot aan de dag der voldoening;
gijzelingop ten hoogste
105 (honderdvijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;
€ 14.000,00 (veertienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014 tot aan de dag der voldoening;
€ 10,35 (tien euro en vijfendertig cent);
€ 14.000,00 (veertienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
1december 2014 tot aan de dag der voldoening;