Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor verkrachting en ontucht van twee nichtjes van zijn vriendin. Deze kinderen logeerden geregeld bij hen en pasten op hun kinderen.
De klachten in cassatie betroffen met name de bewijsklachten omtrent de verkrachting, waaronder de vraag of verdachte de aangeefster ondanks haar verzet heeft ontkleed en opzettelijk een situatie heeft gecreëerd om met haar alleen te zijn. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering te geven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer op 11 april 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor verkrachting en ontucht.