Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
7 januari 2020 en 16 maart 2021.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 29 juni 2021 uitspraak gedaan na verwijzing door de Hoge Raad. Partijen, appellant en geïntimeerden, hadden een minnelijke regeling getroffen tijdens de mondelinge behandeling, waarbij zij hun vorderingen wijzigden en zich beperkten tot de vergoeding van proceskosten, inclusief deskundigenkosten.
Het hof stelde vast dat de proceskosten in cassatie reeds bindend waren beslist door de Hoge Raad, zodat deze niet opnieuw aan de orde konden komen. Gezien de minnelijke regeling compenseerde het hof de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, waarbij iedere partij de helft van de kosten van de door de gerechten benoemde deskundige moet dragen.
De kosten van de deskundige bedroegen in totaal € 8.061,10, waarvan ieder der partijen € 4.030,55 moet dragen. Het hof veroordeelde de partij die minder dan de helft heeft betaald tot vergoeding aan de wederpartij. Tevens vernietigde het hof eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en wees het meer of anders gevorderde af. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd en deskundigenkosten gelijk verdeeld.