Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
10.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 23 februari 2021;
- de door [appellant] genomen memorie na tussenarrest, tevens akte aanvullende producties, met producties 2 tot en met 5;
- de door de VvD genomen antwoordmemorie na tussenarrest.
11.De verdere beoordeling
- [appellant] heeft de VvE-bijdragen onbetaald gelaten, en dus geen schade geleden;
- [appellant] heeft het appartement in [de serviceflat] verhuurd, althans zij had dat kunnen doen. [appellant] had daarmee een huurprijs kunnen realiseren die ver boven de VvE-bijdragen ligt. Dat voordeel moet op de voet van artikel 6:100 BW Pro bij de vaststelling van de schade in rekening worden gebracht, zodat geen te vergoeden schade resteert.
- Als [appellant] al schade zou lijden door het bezit van het appartement, had zij het appartement moeten verkopen. Op haar rust immers een schadebeperkingsplicht. [appellant] had met een dergelijke verkoop een forse winst kunnen realiseren.
- de rechtspraak van de Hoge Raad over artikel 6:100 BW Pro, waaronder Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1027, te betrekken;
- mee te delen waarom zij het appartement niet alsnog aan [naam 1] heeft geleverd nadat de VvD op 6 maart 2015 alsnog aan de notaris meedeelde dat er geen beletselen bestonden voor die overdracht.
- [appellant] heeft het appartement in [de serviceflat] verhuurd, althans zij had dat kunnen doen. [appellant] had daarmee een huurprijs kunnen realiseren die ver boven de VvE-bijdragen ligt. Dat voordeel moet op de voet van artikel 6:100 BW Pro bij de vaststelling van de schade in rekening worden gebracht, zodat geen te vergoeden schade resteert.
- Als [appellant] al schade zou lijden door het bezit van het appartement, had zij het appartement moeten verkopen. Op haar rust immers een schadebeperkingsplicht. [appellant] had met een dergelijke verkoop een forse winst kunnen realiseren.
12.De uitspraak
- veroordeelt de VvD om aan [appellant] € 514,25 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 16 september 2019;
- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af;
- compenseert de proceskosten van het geding in eerste aanleg tussen de partijen, aldus dat elke partij de eigen kosten moet dragen;