ECLI:NL:GHSHE:2021:2062

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 juli 2021
Publicatiedatum
6 juli 2021
Zaaknummer
200.287.859_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 32 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verbetering en aanvulling arrest in hoger beroep kort geding

In deze zaak heeft Stichting Woonbedrijf, handelend onder de naam Woonbedrijf, een verzoek ingediend tot verbetering en/of aanvulling van het arrest van 15 juni 2021, waarin haar hoger beroep tegen de bewindvoerder werd behandeld. Woonbedrijf stelde dat het arrest een kennelijke vergissing bevatte doordat het arrest vermeldde dat haar vorderingen waren ingesteld tegen de persoon in kwestie en niet tegen de bewindvoerder in haar hoedanigheid.

De bewindvoerder betwistte deze stelling en voerde aan dat het hof zich niet kennelijk had vergist, aangezien in de conclusie van Woonbedrijf alleen de persoon werd genoemd en niet de bewindvoerder. Het hof oordeelde dat het arrest geen kennelijke vergissing bevatte die eenvoudig hersteld kon worden op grond van artikel 31 Rv Pro, en dat de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring niet aangepast kon worden op grond van artikel 32 Rv Pro.

Daarnaast klaagde Woonbedrijf over het niet honoreren van een verzoek tot aanhouding van de uitspraak vanwege lopende onderhandelingen. Het hof stelde dat, hoewel partijen in onderhandeling waren, onvoldoende aanleiding bestond voor verdere aanhouding in deze kortgedingprocedure.

Het hof wees daarom het verzoek tot verbetering en aanvulling van het arrest van 15 juni 2021 af en sprak dit arrest uit op 6 juli 2021.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verbetering en aanvulling van het arrest af en houdt de procedure niet aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.287.859/01
arrest van 6 juli 2021 naar aanleiding van verzoeken tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv Pro en/of AANVULLING in de zin van artikel 32 Rv Pro van het arrest, gewezen op 15 juni 2021
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen
Stichting Woonbedrijf SWS.HHVL,
handelend onder de naam Woonbedrijf,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
verder: Woonbedrijf,
advocaat mr. B. Poort te Eindhoven,
tegen:
Libra Bewind B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
verder: de bewindvoerder respectievelijk [geïntimeerde 2] ,
advocaat mr. R. Janssen te Helmond,

1.Het arrest in dit geding

Verzoek tot verbetering/aanvulling
Bij brief van 17 juni 2021 heeft mr. Poort namens Woonbedrijf aan (de griffier van) het hof bericht dat het arrest van 15 juni 2021 een kennelijke vergissing bevat omdat Woonbedrijf haar vorderingen in hoger beroep tegen de bewindvoerder heeft ingesteld en niet tegen [geïntimeerde 2] , zoals in het arrest is vermeld. Mr. Poort verzoekt herstel van deze vergissing dan wel aanpassing/aanvulling van het arrest ter zake de ontvankelijkheid.
Reactie van de bewindvoerder
Bij brief van 28 juni 2021 heeft mr. Janssen namens de bewindvoerder laten weten dat het hof zich in het arrest niet kennelijk heeft vergist aangezien in de conclusie van Woonbedrijf tot toewijzing van haar vorderingen alleen [geïntimeerde 2] wordt genoemd en niet de bewindvoerder in haar hoedanigheid.
De beoordeling van het verzoek tot verbetering/aanvulling
Het arrest van 15 juni 2021 bevat geen kennelijke vergissing die zich op de voet van artikel 31 Rv Pro leent voor eenvoudig herstel. De beslissing in het arrest tot niet-ontvankelijkverklaring van Woonbedrijf in haar hoger beroep is geen beslissing die op de voet van artikel 32 Rv Pro kan worden aangevuld of aangepast.
Verzoek aanhouding
Mr. Poort beklaagt zich er nog over dat een verzoek om aanhouding vanwege onderhandelingen door het hof niet is gehonoreerd. Mr. Janssen beaamt dat partijen in onderhandeling zijn.
Deze zaak betreft een kort geding dat in staat van wijzen was. Voor verdere aanhouding van de uitspraak bestond onvoldoende aanleiding.

2.De beslissing

Het hof:
wijst de verzoeken tot verbetering/aanvulling van het arrest van 15 juni 2021 af.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, C.B.M. Scholten van Aschat en B.A. Meulenbroek en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 juli 2021.
griffier rolraadshe