Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Stichting Gilde Opleidingen,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Chubb European Group SE (v.h. ACE European Group),gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (v.h. Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.),gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (v.h. Vivat Schadeverzekeringen N.V.),
Amlin Insurance SE,
Canopius B.V. (v.h. Sompo Japan),
1.Stichting Gilde Opleidingen,
Chubb European Group SE (v.h. ACE European Group),
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (v.h. Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.),
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (v.h. Vivat Schadeverzekeringen N.V.),
Amlin Insurance SE,
Canopius B.V. (v.h. Sompo Japan),
7.Unica Installatietechniek B.V.,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 februari 2021 waarbij het hof in beide zaken een gelijktijdig te houden comparitie van partijen heeft gelast;
- de bij rolbericht van 7 juni 2021 door Unica toegezonden productie 1, een brief van Clensch;
- de bij rolbericht van 8 juni 2021 door Gilde c.s. toegezonden producties 5 en 6, een (deel van een) uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een brief van [deskundige 1] ;
- het rolbericht van 10 juni 2021 van [Installatietechniek] waarbij zij bezwaar maakt tegen de late indiening van voormelde brief van [deskundige 1] en verzoekt de brief bij de beoordeling buiten beschouwing te laten;
- het proces-verbaal van comparitie van 11 juni 2021.
- het tussenarrest van 16 februari 2021 waarbij het hof in beide zaken een gelijktijdig te houden comparitie van partijen heeft gelast;
- de bij rolbericht van 27 mei 2021 door [Installatietechniek] toegezonden productie B, de in 5.1. vermelde brief van Clensch;
- de bij rolbericht van 8 juni 2021 door Gilde c.s. toegezonden producties 5 en 6, een (deel van een) uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een brief van [deskundige 1] ;
- het rolbericht van 10 juni 2021 van [Installatietechniek] waarbij zij bezwaar maakt tegen de late indiening van voormelde brief van [deskundige 1] en verzoekt de brief bij de beoordeling buiten beschouwing te laten;
- het proces-verbaal van comparitie van 11 juni 2021.
6.De beoordeling in de zaken met zaaknummers 200.265.519/01 en 200.265.471/01
- Tussen partijen is niet in geschil dat Gilde c.s. ontvankelijk zijn in hun vorderingen jegens Unica (rov. 5.2.).
- [Installatietechniek] komt geen beroep toe op paragraaf 12 van de UAV 1989 en dus moet haar verweer dat Gilde c.s. jegens haar niet-ontvankelijk zijn, worden verworpen (rov. 5.5.-5.10).
- Van zwaarwegende en steekhoudende argumenten tegen het rapport van Element is niet gebleken en het rapport is voldoende concludent. Er is dus geen reden voor de rechtbank om de conclusies van het rapport naast zich neer te leggen (rov. 5.13-5.15).
- Element heeft geconcludeerd dat het losschieten van de watertoevoerleiding van de brandslanghaspel kan worden verklaard door het niet voldoende aandraaien van de koppeling en Unica en [Installatietechniek] hebben hun stelling dat de oorzaak van de schade hierin niet is gelegen onvoldoende hebben onderbouwd. Dit betekent dat vast is komen te staan dat de schade is ontstaan doordat de koppeling onvoldoende was aangedraaid (rov. 5.16-5.17).
- Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Unica. Daarom dient zij de schade ingevolge artikel 6:74 jo Pro. 6:76 BW aan Gilde c.s. te vergoeden (rov. 5.18-5.21).
- [Installatietechniek] heeft onrechtmatig jegens Gilde gehandeld. Daarom dient [Installatietechniek] de door Gilde c.s. geleden schade te vergoeden (rov. 5.22-5.28).
- Unica en [Installatietechniek] hebben de door Gilde c.s. gevorderde schade onvoldoende gemotiveerd betwist. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde schade van Gilde in deze procedure vaststaat en zal worden toegewezen (rov. 5.29-.5.33).
- vernietiging van beide vonnissen,
- het alsnog afwijzen van de vorderingen van Gilde c.s. en Unica en toewijzen van de vordering van [Installatietechniek] jegens Unica,
- veroordeling van Gilde c.s. en Unica van hetgeen door [Installatietechniek] althans haar verzekeraar aan Gilde c.s. is betaald, te vermeerderen met wettelijke rente,
Discussie”:
Verklaring voor het falen na drie jaar na installatie is het niet volledig aandraaien en klemmen in combinatie met mogelijk tijdelijke hogere drukken in de leiding (mogelijk waterslag).”
Conclusie”:
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt:
- De markeringen op de klemzijde van de originele buis in de ontvangen conditie tonen aan dat de buis volledig in de koppeling heeft gezeten en aangedraaid is geweest.
- De lektesten hebben aangetoond dat het niet volledig aandraaien van de koppeling al bij lage drukken ervoor zorgt dat de buis uit de koppeling kan schieten.
- Indien beide koppelingcombinaties goed aangedraaid worden zal er geen lekkage optreden.
Op basis van de waargenomen kenmerken op de gebruikte buis lijkt deze overeen te komen met de voorgeschreven insteekdiepte. Het onvoldoende aandraaien van de koppeling is moeilijk na te gaan maar gezien de drukproef lijkt dit wel aannemelijk. Feit is wel dat de koppeling 2 jaar onder druk heeft gestaan en geen lekkage heeft vertoond. In deze periode kan de buis gedeeltelijk uit de koppeling zijn “getrokken”. Hierbij moet opgemerkt worden dat installatie voorschriften en instructies onbekend zijn en de druk variaties en/of mogelijkheid van waterslag in het leidingsysteem.”
De aftekeningen op de losgeschoten buis, zoals te zien op foto 8, laten een ribbelig beeld zien. Dit ribbelige beeld duidt erop dat de rubber klemring stapsgewijs ten opzichte van de buis is verschoven hetgeen betekent dat de oorzaak van het losschieten van de koppeling het gevolg is geweest van herhaaldelijke overbelasting van de verbinding. Dergelijke incidentele overbelastingen in een waterleiding kunnen het gevolg van waterslag zijn.”
Uit het bestek blijkt dat er zogenaamde waterslagdempers moeten worden toegepast. Er is kennelijk geen onderzoek gedaan naar de functionaliteit van de gemonteerde waterslagdempers noch is nagegaan of op alle plaatsen waar dit nodig was ook een waterslagdemper gemonteerd was, althans uit de rapportage van [deskundige 1] blijkt hiervan niets. Daarbij moet worden opgemerkt dat ook apparatuur die later op een waterleiding wordt aangesloten waterslag kan veroorzaken. Bij het aansluiten van dergelijke apparatuur zal ook een waterslagdemper moeten worden geplaatst.”
Opneming en beproeving” voor dat in aanwezigheid van de aannemer en de directie een beproeving van de installaties moet plaatsvinden voordat deze in bedrijf worden gesteld en dat het rapport hiervan door aannemer en directie wordt ondertekend. Hieruit volgt dat de betwisting door Gilde c.s. onvoldoende is onderbouwd. Gilde c.s. heeft immers geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit zou blijken dat ondanks het bepaalde in het bestek en haar ondertekening van het proces-verbaal van oplevering, de beproeving van de installatie toch niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden.