Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8538522 / CV EXPL 20-2027)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 7;
- de memorie van antwoord met productie I;
- het H2-formulier van 1 juli 2021, waarbij mr. Broeren heeft meegedeeld dat hij zich op de datum van de geplande mondelinge behandeling van 9 juli 2021 aan de zaak onttrekt en dat hij zijn cliënt heeft gewezen op de gevolgen daarvan;
- de op 8 juli 2021 van beide partijen ontvangen berichten, waarbij zij hebben meegedeeld dat zij geen behoefte hebben aan een mondelinge behandeling en waarin zij het hof hebben gevraagd om een datum voor arrest te bepalen.
3.De beoordeling
- [appellant] heeft tijdens de looptijd van de leaseovereenkomst een achterstand in de betaling van de maandelijkse leasetermijnen laten ontstaan. Autoplanning heeft diverse aanmaningen en sommaties aan [appellant] gestuurd.
- Bij brief van 9 december 2019 heeft Autoplanning [appellant] in gebreke gesteld voor het niet voldoen van de leasetermijnen en verzocht de achterstand te voldoen. In de brief heeft Autoplanning voorts geschreven dat bij gebreke van volledige betaling [appellant] in verzuim is en de autolease-overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Er was op dat moment een betalingsachterstand van vier maanden.
- Bij e-mail van 13 december 2019 heeft de advocaat van Autoplanning [appellant] gesommeerd de auto dezelfde dag hij Autoplanning in te leveren en een kort geding aangekondigd.
- Bij vonnis in kort geding van 17 maart 2020 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam [appellant] op vordering van Autoplanning veroordeeld om de auto bij Autoplanning in te leveren, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Voorts heeft de voorzieningenrechter [appellant] in het vonnis onder meer veroordeeld tot betaling van € 3.164,40 aan openstaande facturen over de periode tot 18 december 2019, en tot betaling van € 779,35 per maand of gedeelte daarvan vanaf 1 januari 2020 tot aan de dag dat de auto bij Autoplanning is ingeleverd.
- Volgens het door Autoplanning overgelegde innamerapport heeft [appellant] de auto vervolgens op 19 maart 2020 bij Autoplanning ingeleverd.
- Autoplanning heeft [appellant] een eindafrekening van 1 april 2020 ten bedrage van € 15.489,80 inclusief btw gezonden.
- Bij e-mail van 3 april 2020 heeft [appellant] aan de advocaat van Autoplanning meegedeeld dat hij de factuur betwist.
- Vervolgens is in april 2020 nog gecorrespondeerd tussen [appellant] en de advocaat van Autoplanning. Dit heeft niet tot overeenstemming geleid.
- de overeengekomen rente van 1,5% per maand over € 15.489,80 vanaf de datum van verzuim;
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 929,90 vanaf 24 april 2019.
- een hoofdsom van € 15.489,80 ter zake de onbetaalde eindafrekening;
- € 190,42 aan contractuele rente over de hoofdsom over de periode tot en met 30 april 2020;
- € 929,90 ter zake buitengerechtelijke kosten.
- primair: terugverwijzing van het geding naar de kantonrechter teneinde [appellant] in de gelegenheid te stellen een conclusie van antwoord te nemen;
- subsidiair: afwijzing van de vorderingen van Autoplanning;
- kennis genomen van de vordering en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen;
- kennis genomen van de mededeling van [appellant] dat hij geen verweer voert tegen de vordering;
- geoordeeld dat de vordering de kantonrechter ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt;
- de vordering vervolgens toegewezen.
“alle excepties en zijn antwoord ten principale”tegelijk naar voren brengen
“op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen.”. Uit het laatste zinsdeel van artikel 348 Rv Pro blijkt dat indien het recht om bij de eerste rechter verweer te voeren op de voet van artikel 128 lid 3 Rv Pro is vervallen, in hoger beroep alsnog verweer gevoerd mag worden.
- dat [appellant] in de nakoming van de leaseovereenkomst tekortgeschoten is door een achterstand te laten ontstaan in de betaling van de leasetermijnen;
- dat Autoplanning om die reden de leaseovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden;
- dat [appellant] vervolgens, naar daartoe in kort geding te zijn gedwongen, de leaseauto heeft ingeleverd;
- dat Autoplanning vervolgens de eindafrekening heeft opgemaakt die [appellant] moet voldoen.
- dat Autoplanning in de nakoming van de overeenkomst is tekortgeschoten;
- zodat [appellant] de nakoming van zijn betalingsverplichtingen mocht opschorten;
- zodat Autoplanning op de voet van artikel 6:59 BW Pro in verzuim is geraakt;
- zodat [appellant] op grond van artikel 6:61 lid 2 BW Pro niet in verzuim kon raken;
- zodat Autoplanning de overeenkomst niet buitengerechtelijk had mogen ontbinden.
- I. € 6.661,21;
- II. € 5.538,66.
- dat op grond van artikel 16.1 van de autoleaseovereenkomst bij nalatigheid van de leasenemer het geheel aan resterende leasetermijnen tot het einde van de overeengekomen contractperiode direct opeisbaar is, en dat dit neerkomt op 41,87 maanden maal € 657,07 exclusief btw is € 27.511,52
- dat na correctie van het leasetarief voor HSB (hof: houderschapsbelasting) en verzekeringspremie per maand, de som neerkomt op 41,87 maal € 494,24 is € 20.693,83.
- gedurende de periode waarin de leaseovereenkomst heeft bestaan, 22.603 kilometers inbegrepen waren bij de leaseprijs;
- [appellant] in deze periode 27.832 kilometer heeft gereden met de auto;
- zodat sprake is van 5.229 extra gereden kilometers.
- € 83,38 aan dagvaardingskosten;
- € 11,-- aan leges handelsregister;
- € 996,-- aan griffierecht;
- € 360,-- aan salaris gemachtigde
- € 0,45 zijnde een bedrag dat het hof niet kan verklaren en dat vermoedelijk het gevolg is van een rekenfout.
- de post van € 224,-- exclusief btw (€ 271,04 inclusief btw) moet alsnog worden afgewezen, zodat aan hoofdsom niet € 15.489,80 maar € 15.218,76 toewijsbaar is;
- ter zake buitengerechtelijke kosten is geen bedrag van € 929,90 maar een bedrag van € 927,19 toewijsbaar;
- de proceskosten van het geding in eerste aanleg moeten niet worden begroot op € 1.450,83 maar op een bedrag dat € 11,-- lager ligt (€ 1.439,83).
4.De uitspraak
- een hoofdsom van € 15.489,80 vermeerderd met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over dat bedrag vanaf de datum van verzuim;
- € 190,42 aan contractuele rente over de hoofdsom over de periode tot en met 30 april 2020;
- € 929,90 ter zake buitengerechtelijke kosten;
- veroordeelt [appellant] om aan Autoplanning een hoofdsom van € 15.218,76 te voldoen, vermeerderd met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over dat bedrag vanaf de datum van verzuim;
- veroordeelt [appellant] om aan Autoplanning € 927,19 te voldoen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- begroot de proceskosten van het geding in eerste aanleg aan de zijde van Autoplanning op € 1.439,83;