Uitspraak
gevestigd te Delfzijl,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 februari 2018.
Hoge Raad
In deze zaak vordert Protec betaling van boetes op grond van een exclusiviteitsovereenkomst met Easystaff, waarbij Easystaff zich schuldig zou hebben gemaakt aan overtredingen door backofficewerkzaamheden voor een concurrent uit te voeren. De rechtbank matigde de boetes aanzienlijk en wees een bedrag van € 26.500 toe. Het hof vernietigde dit vonnis gedeeltelijk en matigde de boetes verder tot € 21.150.
Protec stelde dat het hof ten onrechte de matigingsbevoegdheid te ruim had toegepast en dat de boete haar aansporingsfunctie verloor. De Hoge Raad overwoog dat matiging slechts is toegestaan indien de boete leidt tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat, waarbij rekening moet worden gehouden met de verhouding tussen schade en boete, de aard van de overeenkomst en de omstandigheden.
Het hof had terecht overwogen dat de boetes buitensporig hoog waren ten opzichte van de werkelijk geleden schade, dat de overtredingen incidenteel waren en dat Protec de hoogte van de boetes zelf had bepaald zonder onderhandeling. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de matiging. Protec werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de matiging van het boetebeding tot € 21.150.