De rechtbank Limburg wees op 8 september 2020 een beschikking af waarin het verzoek van de rechthebbende tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder werd afgewezen. De rechthebbende ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
De rechthebbende stelde dat de samenwerking met de huidige bewindvoerder ernstig was verstoord door gebrek aan communicatie en ondoorzichtige financiële informatie, wat leidde tot stress en onrust. De bewindvoerder erkende de problematiek en stemde in met ontslag vanwege het gedrag van de rechthebbende.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een gewichtige reden voor ontslag van de bewindvoerder en benoemde de door de rechthebbende voorgestelde opvolgend bewindvoerder. Tevens stelde het hof de beloning van de opvolgend bewindvoerder vast conform de geldende regeling en bepaalde nadere voorwaarden voor de afwikkeling van het bewind.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek van de rechthebbende alsnog toegewezen, met ingang van 1 september 2021.