ECLI:NL:GHSHE:2021:2346
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werknemer voor opzettelijk handelen en schadevergoeding aan werkgever
In deze civielrechtelijke arbeidsrechtelijke zaak stond de vraag centraal of werknemer aansprakelijk was voor schade aan werkgever door opzettelijk handelen. Werknemer was commercieel manager bij werkgever, een bedrijf in dierenvoeding. Hij richtte zonder medeweten van werkgever vennootschappen op in Zuid-Afrika en Seychellen, waarbij hij productierechten van werkgever overdroeg aan deze vennootschappen.
Werkgever vorderde schadevergoeding wegens deze handelingen. De kantonrechter kende een deel toe, maar het hof stelde vast dat werknemer opzettelijk en bewust roekeloos heeft gehandeld. Uit onderzoek bleek dat werknemer zich voordeed als andere personen, valse vennootschappen oprichtte en buitenlandse reizen maakte voor fictieve prospects.
Werknemer betwistte de feiten onvoldoende en gaf geen overtuigende verklaringen. Het hof veroordeelde werknemer tot betaling van €164.348,71 schadevergoeding plus wettelijke rente en kosten. Vorderingen van werknemer werden afgewezen. Het arrest bevestigt dat opzet of bewuste roekeloosheid bij schade toebrengen aan werkgever leidt tot aansprakelijkheid op grond van artikel 7:661 BW Pro.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van €164.348,71 schadevergoeding aan werkgever wegens opzettelijk handelen en schending arbeidsovereenkomst.