Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Eryilmaz;
- de moeder, bijgestaan door mr. Elias (beiden via beeldbelverbinding);
- een vertegenwoordiger van de raad.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De vader verzocht het hof om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen, waarbij geleidelijk omgang met weekenden en vakanties zou plaatsvinden. De rechtbank had dit verzoek reeds afgewezen vanwege veiligheidsrisico’s en het feit dat moeder en kind in een justitieel beschermingsprogramma zitten.
De vader betwistte de risico-inschatting en stelde dat de beschuldigingen tegen hem niet gegrond zijn en dat de betrokken ketenpartners geen gevaar meer zien. De moeder stelde dat zij en het kind een nieuwe identiteit hebben aangenomen en onvindbaar zijn, waardoor omgang niet uitvoerbaar is. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde bekrachtiging van de afwijzing.
Het hof oordeelde dat de veiligheidsrisico’s nog steeds hoog zijn en dat omgang met de vader een te grote belasting voor het kind vormt. De aanwezigheid van het beschermingsprogramma en de onvindbaarheid van moeder en kind maken omgang onwenselijk. Het hof zag geen reden voor nader onderzoek en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek om omgangsregeling vanwege hoge veiligheidsrisico’s en het beschermingsprogramma.