ECLI:NL:GHSHE:2021:2494
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissement B.V. na toetsing vorderingen en toestand van niet-betaling
In deze civiele procedure in hoger beroep bevestigt het gerechtshof 's-Hertogenbosch het faillissement van appellante B.V., dat eerder door de rechtbank Oost-Brabant is uitgesproken. De faillissementsaanvraag is gebaseerd op een civielrechtelijke veroordeling en onbetaalde vorderingen van verweerders, die summierlijk aannemelijk zijn.
Appellante betwist de opeisbaarheid van de vorderingen en stelt dat zij niet in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen. Zij voert tevens aan dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid door verweerders. Het hof oordeelt dat de vorderingen voldoende onderbouwd zijn, dat er meerdere schuldeisers zijn en dat appellante geen middelen heeft om haar schulden te voldoen. De stelling van misbruik wordt verworpen.
Het hof benadrukt dat een faillissementsprocedure een beperkte toetsing vereist en dat de prognose van appellante omtrent het succes in hoger beroep onvoldoende is onderbouwd. De curator bevestigt de toestand van faillissement en het ontbreken van activiteiten en omzet binnen appellante. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het faillissement van appellante B.V. en wijst het hoger beroep af.