Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- het bestreden vonnis ;
- de dagvaarding in hoger beroep van 12 september 2019;
- de memorie van grieven met vier producties;
- de memorie van antwoord met twee producties;
- het H-12 formulier van [appellant] van 20 juli 2021 met een nieuwe versie van productie 4 bij memorie van grieven;
2.Waar gaat het geschil over?
3.De beoordeling
- Tussen [appellant] en Achmea heeft een autoverzekering bestaan voor de personenauto van [appellant] , te weten een [personenauto 1] met het kenteken [kenteken 1] .
- [appellant] heeft bij Achmea met een beroep op de autoverzekering een schademelding gedaan, waarbij hij stelt schade te hebben geleden als gevolg van een aanrijding op 13/14 februari 2017 van de door hem bestuurde personenauto met een personenauto, een [personenauto 2] , met het kenteken [kenteken 2] . Deze auto werd bestuurd door [bestuurder personenauto 2] (hierna: [bestuurder personenauto 2] ), die de betreffende auto had gehuurd.
- De aanrijding vond plaats op de N270, de Deurneseweg te Venray, ter hoogte van de kruising met de A73.
- [appellant] en [bestuurder personenauto 2] hebben een aanrijdingsformulier ingevuld (productie 1 inleidende dagvaarding).
- Achmea heeft een onderzoek naar de toedracht van de door [appellant] gemelde aanrijding laten uitvoeren.
- De [personenauto 2] voorzien van een track & trace-systeem. Volgens dat systeem was de huurauto op het op het voorblad van het aanrijdingsformulier vermelde tijdstip (22.45 uur) niet op de plaats van het ongeval, maar stond de auto toen op de [adres 1] in Deurne .
- In het rapport van de door Achmea ingeschakelde Toedrachtonderzoeker [toedrachtonderzoeker] van 31 maart 2017 (productie 6 inleidende dagvaarding) wordt geconcludeerd dat [appellant] en [bestuurder personenauto 2] onwaar verklaren over de locatie en tijdstippen van de aanrijding tussen de auto van [appellant] en de door [bestuurder personenauto 2] bestuurde huurauto.
- Achmea heeft bij brief van 8 mei 2017 (productie 3 inleidende dagvaarding) de schadeclaim van [appellant] afgewezen, met onmiddellijke ingang de gehele verzekering opgezegd, de gegevens van [appellant] opgenomen in het EVR voor de duur van acht jaren en het fraudeloket van het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit op de hoogte gesteld.
- Uit de optische analyse blijkt dat sporen aanwezig zijn van wederzijds contact tussen de [personenauto 1] en de huurauto. Er is overdracht van rode lak (hof: de huurauto had een rode kleur) en ook van de grijs metallic autolak van de auto van [appellant] .
- De sporen die op de vangrails zijn veilig gesteld laten grijs metallic autolak zien. Deze autolak is teveel verpulverd om hier een optisch vergelijk met de autolak van de [personenauto 1] (de auto van [appellant] ) te kunnen doorvoeren. De grootte en kleur van de metallic partikels, de toevoeging in de metallic autolak, zijn echter gelijk aan de autolak van de [personenauto 1] . Het lijkt er daarom op dat de [personenauto 1] wel op die locatie met de vangrail in contact is gekomen.
- Uit het optisch microscopisch onderzoek is gebleken dat er wederzijds contact tussen de huurauto en de [personenauto 1] en tussen de [personenauto 1] en de vangrail is geweest.
13 februari 2017afgenomen interview onder meer:
17 februari 2017afgenomen interview onder andere het volgende verklaard:
7.De uitspraak
- € 60,00 aan salaris gemachtigde in conventie in eerste aanleg;
- € 1.117,75 aan salaris gemachtigde in reconventie in eerste aanleg;
- € 103,80 aan kosten dagvaarding in hoger beroep;
- € 324,00 aan griffierecht in hoger beroep;
- € 2.361,00 aan salaris gemachtigde in hoger beroep;