Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , telefonisch via het telefoontoestel van mr. IJpelaar,
- mr. IJpelaar, in persoon verschenen,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, maar heeft gedurende de looptijd niet voldaan aan kernverplichtingen, met name de sollicitatie- en informatieplicht. Ondanks waarschuwingen van bewindvoerder, beschermingsbewindvoerder en rechter-commissaris, heeft appellant onvoldoende gesolliciteerd en geen medische onderbouwing voor arbeidsongeschiktheid geleverd.
Appellant voerde aan dat hij vanwege het overlijden van zijn vrouw en gezondheidsklachten niet kon solliciteren, en dat hem een vrijstelling was toegezegd. Het hof oordeelt dat deze vrijstelling slechts tijdelijk gold en dat appellant onvoldoende medewerking heeft verleend om zijn arbeidsongeschiktheid aan te tonen.
De bewindvoerder bevestigt dat appellant niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan en dat de regeling daardoor is gefrustreerd. Het hof stelt vast dat appellant ondanks herhaalde waarschuwingen en kansen niet voortvarend heeft gehandeld en onvoldoende bewijs heeft geleverd.
Gelet op de hardnekkigheid van de tekortkomingen en het ontbreken van concrete stappen om de situatie te verbeteren, acht het hof de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling proportioneel en gerechtvaardigd. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbaar niet nakomen van verplichtingen door appellant.