In deze civiele zaak stond centraal of de geïntimeerde bij het sluiten van de koopovereenkomst had toegezegd de bekende waterschade aan keuken, studeerkamer en badkamer te herstellen volgens een plan van aanpak van een installatiebedrijf en de woning in oorspronkelijke staat op te leveren.
De appellant voerde bewijs aan door het horen van getuigen en verzocht om een geluidsopname en transcriptie van een notarisgesprek toe te laten als aanvullend bewijs. De geïntimeerde betwistte dit op grond van strijd met de goede procesorde, heimelijke opname, authenticiteit en laat stadium van de procedure.
Het hof oordeelde dat de appellant vrij is om alle wettelijk toegestane bewijsmiddelen te gebruiken, waaronder de geluidsopname, ook al was deze heimelijk gemaakt. Er was geen sprake van strijd met de goede procesorde of onredelijke vertraging. Het hof stelde een procedure vast voor het deponeren van de opname en transcriptie en het reageren daarop.
Uiteindelijk werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd omdat het bewijs voor de afspraak over het herstel van de waterschade niet was geleverd. De zaak werd verwezen naar rolzittingen voor verdere bewijslevering en reactie, waarna het hof uitspraak zal doen.