Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Ray;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Kroon.
- het V8-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de man op 14 juni 2021;
- het V8-formulier met bijlage ingediend door de advocaat van de man op 27 juli 2021.
3.De beoordeling
- [minderjarige 1] (hierna te noemen: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2] (hierna te noemen: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3] (hierna te noemen: [minderjarige 3] ), op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], (hierna ook: de kinderen).
- het Marokkaanse huwelijk van partijen op grond van artikel 10:31 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) in Nederland wordt erkend;
- dat het Marokkaanse huwelijk van 30 december 2012 rechtsgeldig is (partijen zijn het daar feitelijk over eens);
- het Nederlandse huwelijk tussen partijen nietig is.
- de rechtbank te informeren over de erkenning van de Marokkaanse uitspraak inzake de echtscheiding tussen partijen;
- zo de Marokkaanse echtscheidingsuitspraak is erkend, zich uit te laten over de erkenning van de door de Marokkaanse rechter getroffen nevenvoorzieningen;
- zo de rechtbank moet oordelen over de verzochte voorzieningen voor de kinderen, een ouderschapsplan over te leggen dan wel gemotiveerd aan te geven waarom dat niet mogelijk is;
- zich uit te laten over de vraag of de Nederlandse vertaling van de Marokkaanse uitspraak een fout bevat voor wat betreft de onderhoudsbijdrage voor de kinderen.
- voor recht verklaard dat de uitspraak van de rechtbank te Marrakesh, Marokko, Sector Familierecht, van 12 maart 2020 met beschikkingsnummer 1255/2020 waarbij tussen partijen de echtscheiding is uitgesproken in Nederland wordt erkend op grond van artikel 10:57 BW Pro;
- bepaald dat de man met ingang van de datum van de bestreden beschikking moet betalen aan de vrouw tot verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderalimentatie) een bedrag van € 557,79 per kind per maand;
- het bedrag dat de man met ingang van de datum van de bestreden beschikking moet betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: partneralimentatie) bepaald op € 1.200,- per maand tot aan 21 juli 2021 en op € 2.600,- vanaf 21 juli 2021.