Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Gazprombank) (rov. 5.4). Aan deze voorwaarden is voldaan (rov. 5.5), zodat de Marokkaanse beslissingen vatbaar zijn voor erkenning in Nederland en de vrouw een vordering op de voet van art. 431 lid 2 Rv Pro kan instellen om een in Nederland vatbare titel te verwerven. Toewijzing van deze vordering stuit niet af op het feit dat in Marokko hoger beroep is ingesteld, nu de Marokkaanse beslissingen uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard. Omdat de waardering van de voorwaarden voor erkenning en tenuitvoerlegging ten aanzien van de beslissingen in hoger beroep niet anders zal zijn, zullen ook die beslissingen te zijner tijd in Nederland worden erkend en ten uitvoer gelegd door het voeren van een art. 431 lid 2 Rv Pro-procedure (rov. 5.6).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
kande behandeling van de zaak aanhouden, maar is daartoe niet verplicht. Hierin ligt een belangrijk verschil met art. 29 Verordening Pro Brussel I-bis en art. 27 EVEX Pro II (en hun voorgangers), die bepalen dat de rechter in het geval van litispendentie de zaak
moetaanhouden. Volgens de wetgever vloeit dit verschil voort uit het feit dat via de verordeningen en verdragen als het ware een gesloten stelsel van intern-regionale relatieve bevoegdheid is ingevoerd. [8]
engeopvatting verklaart de Nederlandse rechter zich onbevoegd in het geval dat de buitenlandse beslissing uitsluitend op grond van een verdrag of een verordening in Nederland voor erkenning en tenuitvoerlegging vatbaar is. In de
ruimeopvatting geldt dat de Nederlandse rechter zich ook bij gebreke van een verdrag of een verordening onbevoegd verklaart in het geval dat een partij op de voet van art. 431 lid 2 Rv Pro bij de Nederlandse rechter een vordering instelt tot veroordeling van de wederpartij waartoe deze in de buitenlandse beslissing is veroordeeld. De Nederlandse rechter toetst of de buitenlandse beslissing voldoet aan de criteria die de Hoge Raad heeft geformuleerd in het
Gazprombank-arrest. [11] Is dat het geval, dan wordt in het Nederlandse vonnis de wederpartij veroordeeld tot datgene waartoe zij in de buitenlandse beslissing was veroordeeld. In het
Gazprombank-arrest heeft de Hoge Raad in rov. 3.6.4 overwogen dat in een geding op de voet van art. 431 lid 2 Rv Pro tot uitgangspunt dient dat een buitenlandse beslissing wordt erkend
forum arresti). In zijn arrest van 12 april 2019 heeft de Hoge Raad overwogen: