Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (C/01/358186)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] met producties;
- de mondelinge behandeling waarbij
3.De beoordeling
- op 28 oktober 2019 aangifte gedaan van op 1 augustus 2019 door vader [geïntimeerde] gepleegde bedreiging;
- op 5 november 2019 aangifte gedaan van op 24 september 2019 en 5 november 2019 door vader [geïntimeerde] gepleegde belediging;
- op 22 november 2019 aangifte gedaan van tussen 1 augustus 2019 en op 22 november 2019 door vader [geïntimeerde] gepleegde verduistering of heling;
- op 1 januari 2020 aangifte gedaan van op 1 januari 2020 door [ex-vriend geintimeerde] (toenmalige vriend van [geïntimeerde] ) gepleegde bedreiging;
- op 10 maart 2020 aangifte gedaan van op 28 februari 2020 door vader [geïntimeerde] gepleegde belediging;
- op 10 maart 2020 aangifte gedaan van tussen 1 augustus 2019 en 10 maart 2020 door [geïntimeerde] gepleegde valse aangifte;
- op 24 maart 2020 aangifte gedaan van op 24 maart 2020 door vader [geïntimeerde] gepleegde bedreiging en belediging;
- op 13 april 2020 aangifte gedaan van op 13 april 2020 door vader [geïntimeerde] gepleegde belediging en van op 13 april 2020 door [geïntimeerde] gepleegde mishandeling.
- miskend dat [geïntimeerde] de aan hem gemaakte verwijten niet kan staven of substantiëren (grief 2);
- miskend dat een contactverbod onnodig en riskant voor hem is (grief 3);
- ten onrechte de duur niet beperkt tot drie maanden en de hoogte van de dwangsom niet gemaximeerd (grief 4);
- er onvoldoende rekening mee gehouden dat [appellant] zonder sommatie vooraf werd gedagvaard en [geïntimeerde] daarmee zelf de zaak heeft laten escaleren (grief 5).
niet tot rust gaat laten en mij net zo lang lastig blijft vallen tot ik in [plaats] boodschappen moet gaan doen (of woorden van gelijke strekking)”((politie)proces-verbaal van op 16 december 2019 door [geïntimeerde] gedane aangifte).