Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/339302 / HA ZA 18-694)
2.Het geding in hoger beroep
- het exploot van anticipatie van [geïntimeerde] van 20 januari 2020;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de bij brief van 21 juni 2021 door [appellant] toegezonden producties 5 tot en met 19, de bij brief van 22 juni 2021 door [appellant] toegezonden productie 20 en de bij H16-formulier van 22 juni 2021 door [geïntimeerde] toegezonden productie K;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreeknotities en voornoemde producties hebben overgelegd;
- het H16-formulier en de brief van [geïntimeerde] van 29 juli 2021 waarin aangegeven wordt dat tussen partijen geen regeling tot stand is gekomen;
- het H16-formulier van [appellant] van 2 augustus 2021 waarin arrest wordt gevraagd.
3.De beoordeling
en mijn dochter [zus van partijen][hof: [geïntimeerde] ]
alsmede hun afstammelingen uit als erfgenamen.