In hoger beroep is het vonnis van de politierechter bevestigd waarbij verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 7.900 gram hennep. De verdediging voerde meerdere bewijsverweren aan, waaronder onherstelbare vormverzuimen en onrechtmatige bewijsverkrijging, maar het hof verwierp deze.
Het hof oordeelde dat de machtiging tot binnentreden rechtsgeldig was en dat het onderzoek aan de telefoon van verdachte beperkt bleef tot SMS- en Whatsapp-berichten, waardoor geen onrechtmatige inbreuk op de privacy was gemaakt. Ook werd geoordeeld dat de proces-verbaal tijdig was opgemaakt. Daarnaast vond het hof voldoende bewijs voor medeplegen, mede gelet op de communicatie tussen verdachte en medeverdachte over het opruimen van hennep.
De strafrechtelijke beoordeling hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, maar deze leidden niet tot een andere strafmaat. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor een deel van de tenlastelegging en bevestigde het vonnis van de politierechter, waarbij een gevangenisstraf van vijf maanden werd opgelegd.