Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerden 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
3. [geïntimeerden 3] ,
4. [geïntimeerden 4] ,
5. [geïntimeerde 5] ,
6. [geïntimeerden 6] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 maart 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 22 oktober 2019;
- de door Vesteda genomen memorie van grieven met één productie;
- de door [geintimeerden] genomen memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens houdende een vermeerdering van eis, met acht producties (genummerd 47 tot en met 54);
- de door Vesteda genomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
6.De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
- a. Het geschil tussen partijen houdt verband met het appartementencomplex, genaamd “ [appartementencomplex] ” aan het [straatnaam] te [plaats] , bestaande uit onder andere 86 woningen.
- b. Het appartementencomplex is in 2006 in opdracht van Vesteda gebouwd door bouwbedrijf [bouwbedrijf] (hierna: [bouwbedrijf] ).
- c. Vesteda heeft het appartementencomplex op enig moment gesplitst in onder andere 86 woningen. Vesteda heeft de woonappartementen verhuurd.
- d. Vanaf maart 2011 heeft Vesteda aan de huurders van de appartementen de mogelijkheid geboden om het door hen gehuurde appartement te kopen. Een deel van de huurders heeft gebruik gemaakt van die mogelijkheid. Die voormalige huurders zijn eigenaren geworden van het appartementsrecht ter zake het door hen bewoonde appartement. Op dit moment wordt nog ongeveer de helft van de appartementen verhuurd door Vesteda.
- e. In de splitsingsakte is een Vereniging van Eigenaren (hierna: de VvE) opgericht. Vesteda is nog steeds eigenaar van meerdere appartementsrechten en uit dien hoofde lid van die VvE.
- f. [geintimeerden] huren (rechtstreeks of via de constructie van lastgeving) van Vesteda de volgende appartementen in het appartementencomplex:
- [geïntimeerden 1] huren [straatnaam] [huisnummer 1] (gelegen op de tweede verdieping);
- [geïntimeerde 2] huurt [straatnaam] [huisnummer 2] (gelegen op de vierde verdieping);
- [geïntimeerden 3] huren [straatnaam] [huisnummer 3] (gelegen op de zesde verdieping);
- [geïntimeerden 4] huren [straatnaam] [huisnummer 4] (gelegen op de begane grond);
- [geïntimeerde 5] huurt [straatnaam] [huisnummer 5] (gelegen op de eerste verdieping);
- [geïntimeerden 6] huren [straatnaam] [huisnummer 6] (gelegen op de zevende verdieping).
- g. Bij brief van 28 maart 2011 heeft Vesteda haar huurders bericht dat zij onderzoek heeft laten doen naar de oorzaak van ontstane lekkages bij de ramen van diverse appartementen.
- h. Vanaf 4 april 2011 heeft [bouwbedrijf] herstelwerkzaamheden verricht om verdere lekkages te voorkomen.
- i. Na het verrichten van die herstelwerkzaamheden bleek dat de problemen niet waren opgelost. Er is vervolgens nader onderzoek gedaan. Daarbij is vastgesteld dat de lekkages werden veroorzaakt door een constructiefout, als gevolg waarvan er regenwater achter de gevelstenen liep. Ook is vastgesteld dat er nadere, ingrijpende, herstelwerkzaamheden aan de gevel noodzakelijk waren om het probleem op te lossen.
- j. In een besluitenlijst van de vergadering van de VvE van 6 mei 2015 staat dat de vergadering toestemming geeft aan Vesteda “om als gezamenlijke eigenaar op te trekken richting [bouwbedrijf] .”
- k. Vesteda en [bouwbedrijf] hebben onderhandeld over de vraag wie in welke mate verantwoordelijk is voor de herstelwerkzaamheden. Zij hebben daarover op enig moment een vaststellingsovereenkomst gesloten. Die overeenkomst hield onder meer in dat zij elk een deel van de herstelkosten zouden dragen. De VvE heeft niet voor de herstelwerkzaamheden betaald.
- l. Vesteda heeft ing. [ingenieur] (hierna: [ingenieur] ) van [bouwmanagement & advies] Bouwmanagement & Advies ingeschakeld om toezicht te houden op de uitvoering van de herstelwerkzaamheden en om als aanspreekpunt te fungeren voor de bewoners van het appartementencomplex.
- m. Bij brief van 5 augustus 2017 heeft [ingenieur] aan de bewoners informatie gegeven over de op handen zijnde herstelwerkzaamheden. In de brief zijn negen bewerkingen omschreven die per geveldeel moeten worden verricht om de herstelwerkzaamheden uit te voeren.
- n. Vesteda heeft tijdens de looptijd van het project nieuwsbrieven laten verspreiden onder de bewoners van het complex, met informatie over de voortgang van de werkzaamheden. De eerste nieuwsbrief dateert van 16 augustus 2017.
- o. Op 21 augustus 2017 zijn de herstelwerkzaamheden aan de gevels daadwerkelijk aangevangen.
- p. Bij e-mail van 18 september 2017, gericht aan [ingenieur] , heeft een van de huurders (de bewoner van [straatnaam] [huisnummer 7] ) geklaagd over diverse met de herstelwerkzaamheden samenhangende kwesties, waaronder dieseldampen van (de motoren van) de hoogwerkers.
- q. Bij brief van 26 oktober 2017 heeft de advocaat van [geintimeerden] bij Vesteda geklaagd over overlast als gevolg van de herstelwerkzaamheden aan de gevel.
- r. Op 8 november 2017 heeft Vesteda een inloopbijeenkomst over de herstelwerkzaamheden en de daardoor veroorzaakte overlast laten plaatsvinden voor de bewoners van het complex.
- s. Bij brief van 16 november 2017 heeft Vesteda onder meer het volgende aan de huurders bericht:
- t. Een deel van de huurders heeft de door Vesteda aangeboden compensatie geaccepteerd. [geintimeerden] hebben het aanbod niet geaccepteerd.
- u. Bij brief van 23 november 2017 heeft Vesteda aan de huurders van het appartement [straatnaam] [huisnummer 7] in verband met de door hen ondervonden overlast een compensatie aangeboden in de vorm van een huurprijsverlaging van 100% over de maanden september en oktober 2017, 25% over de maanden november 2017 tot en met februari 2018 en daarnaast een eenmalige uitkering van € 2.500,--.
- v. De feitelijke herstelwerkzaamheden aan de gevels zijn medio januari 2018 voltooid. Daarna hebben in de loop van februari 2018 nog reinigingswerkzaamheden plaatsgevonden, waarbij ook hoogwerkers zijn gebruikt.
- 1. € 3.254,80 aan [geïntimeerden 1] ;
- 2. € 3.103,60 aan [geïntimeerde 2] ;
- 3. € 3.147,80 aan [geïntimeerden 3] ;
- 4. € 2.685,96 aan [geïntimeerden 4] ;
- 5. € 2.802,08 aan [geïntimeerde 5] ;
- 6. € 3.039,14 aan [geïntimeerden 6] ;
- Het verweer van Vesteda dat de overlast gekwalificeerd moet worden als een “feitelijke stoornis door derden” in de zin van artikel 7:204 lid 3 BW Pro, en dus niet als een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro, moet worden verworpen (rov. 3.6 en 3.7).
- Ook als overlast wordt veroorzaakt door bouwwerkzaamheden om een gebrek te verhelpen, kan die overlast worden gekwalificeerd als een gebrek (rov. 3.8).
- Pas als sprake is van substantiële vermindering van het huurgenot, ontstaat een recht op huurprijsvermindering, waarbij niet alleen de ernst maar ook de duur van de werkzaamheden een rol speelt, evenals de mate waarin Vesteda voorzorgsmaatregelen tegen de overlast heeft getroffen. Daarbij dient ook vast komen te staan dat Vesteda door de huurders van het gebrek op de hoogte is gesteld en niet binnen een redelijke termijn maatregelen heeft genomen tegen het gebrek (rov. 3.9).
- [geintimeerden] hebben bij brief van 26 oktober 2017 aan Vesteda kenbaar gemaakt dat zij overlast ondervonden als gevolg van de werkzaamheden aan de gevel en zij hebben in deze brief duidelijk gemaakt om wat voor overlast het ging. Vesteda was naar aanleiding van deze brief in voldoende mate op de hoogte van de algemeen door alle bewoners ondervonden overlast. Vesteda kon vanaf dat moment dus maatregelen nemen om de overlast te beperken (rov. 3.10).
- Gelet op de aard en omvang van de bouwwerkzaamheden moet de overlast worden aangemerkt als een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW Pro. Dat Vesteda naar aanleiding van de brief van 26 oktober 2017 heeft geprobeerd om de overlast te beperken, neemt niet weg dat sprake is geweest van zodanige vermindering van huurgenot dat een vermindering van de huurprijs op grond van artikel 7:207 lid 1 BW Pro op zijn plaats is (rov. 3.11).
- De hoogte van de vermindering van de huurprijs kan op een gemiddelde worden bepaald, hoewel de overlast voor [geintimeerden] niet steeds van eenzelfde omvang zal zijn geweest (rov. 3.12).
- De werkzaamheden hebben zes maanden geduurd, waarbij de overlast in de eerste twee maanden aanzienlijk groter was vanwege de toen uitgevoerde zaagwerkzaamheden aan de gevel. Over de eerste twee maanden is een vermindering van de huurprijs met 25% redelijk, en over de overige vier maanden is een vermindering van de huurprijs met 12% passend (rov. 3.13).
- [geintimeerden] hebben over de betreffende maanden de volle huur betaald. Gelet op de vermindering van de huurprijs hebben zij dus een deel van die huur onverschuldigd betaald. Vesteda moet dat onverschuldigd betaalde deel aan [geintimeerden] terugbetalen (rov. 3.15).
- 1. € 1.594,86 aan [geïntimeerden 1] ;
- 2. € 1.520,78 aan [geïntimeerde 2] ;
- 3. € 1.542,44 aan [geïntimeerden 3] ;
- 4. € 1.316,14 aan [geïntimeerden 4] ;
- 5. € 1.773,-- aan [geïntimeerde 5] ;
- 6. € 1.489,18 aan [geïntimeerden 6] ;
- In de inleidende dagvaarding hebben [geintimeerden] gesteld dat zij een vermindering van de kale huur met 50% over september en oktober 2017 en 25% over de maanden november 2017 tot en met februari 2018 passend vinden.
- In de toelichting op grief 1 in incidenteel hoger beroep stellen [geintimeerden] bij randnummer 66 dat zij aanspraak maken op een huurvermindering van tenminste 50% per maand. Uit randnummer 64 van de memorie blijkt dat zij hierbij doelen op de (zes) maanden september 2017 tot en met februari 2018.
- In de toelichting op grief 2 in incidenteel hoger beroep stellen [geintimeerden] bij randnummer 72 van de memorie dat zij aanspraak maken op een huurvermindering van 100% gedurende twee maanden, 25% gedurende vier maanden en een eenmalige vergoeding van € 2.500,--.
- In het petitum van de memorie van grieven in incidenteel hoger beroep concluderen [geintimeerden] tot bekrachtiging van het vonnis en het
- bekrachtiging van het vonnis voor zover in principaal hoger beroep aangevochten;
- vernietiging van het vonnis voor zover in incidenteel hoger beroep aangevochten;
- in zoverre opnieuw rechtdoende: alsnog volledige toewijzing van hetgeen [geintimeerden] in eerste aanleg hebben gevorderd;
- Kan sprake zijn van een gebrek als Vesteda getracht heeft de overlast te beperken?
- Bestaat pas aanleiding voor huurvermindering nadat de overlast is gemeld en Vesteda heeft nagelaten om maatregelen te nemen ter beperking van de overlast?
- A. dat de aard, omvang, duur en intensiteit van de gevelwerkzaamheden een hogere huurprijsvermindering rechtvaardigen;
- B. dat de kantonrechter bij de bepaling van de omvang van de huurprijsvermindering ten onrechte andere door [geintimeerden] genoemde gebreken niet heeft meegewogen.
- de defecte toegangspoort naar de garage met de lage nummers (appellanten in incidenteel hoger beroep sub 1, 2, 3 en 4);
- slecht functionerende liften (appellanten in incidenteel hoger beroep sub 1, 2, 3 en 6);
- slecht afgestelde buitendeuren (appellanten in incidenteel hoger beroep sub 2 en 3);
- een slecht functionerend ventilatiesysteem (appellanten in incidenteel hoger beroep sub 3).
- grief 6 in principaal hoger beroep: de periode van de overlast door de gevelwerkzaamheden
- grief 5 in principaal hoger beroep: kan de huurprijsvermindering op een gemiddelde worden bepaald?
- grief 4 in principaal hoger beroep: de mate van de overlast door de gevelwerkzaamheden
- onderdeel A van grief 1 in incidenteel hoger beroep: de mate van de overlast door de gevelwerkzaamheden
- grief 2 in incidenteel hoger beroep: is situatie van [geintimeerden] vergelijkbaar aan die van de huurder op nr. [huisnummer 7] ?
- in het aanbod dat zij bij brief van 16 november 2017 aan al haar huurders heeft gedaan;
- in de regeling die zij bij brief van 23 november 2017 heeft aangeboden aan de huurders van het appartement [straatnaam] [huisnummer 7] .
- de mate waarin [geintimeerden] hinder hebben ondervonden van de dieseldampen van de motoren van de hoogwerkers, welke mate afhankelijk is van de verdieping waarop het appartement van ieder van hen is gelegen nu deze motoren zich steeds bevonden op de begane grond;
- de vraag of huurders doorgaans overdag thuis waren dan wel doorgaans werkzaamheden buitenshuis hadden, en dus meer of minder hinder ondervonden van de geluidsoverlast en dieseldampen.
- Aan de overlast door de zaaggeluiden kent het hof 40% toe (voor de periode van zes maanden, hetgeen neerkomt op een huurvermindering van 6,67% per maand gedurende zes maanden). Het hof neemt daarbij in aanmerking dat Vesteda onvoldoende heeft betwist dat dit lawaai in feite “oorverdovend” is geweest op de momenten dat in de directe nabijheid van een appartement in de gevel werd gezaagd. Vesteda heeft ook niet betwist dat de medewerkers van [bouwbedrijf] bij het uitvoeren van deze werkzaamheden gehoorbescherming droegen. Vesteda heeft voorts niet voldoende betwist dat deze zaagwerkzaamheden, ook indien zij verder van een appartement werden verricht, nog veel lawaai in het appartement veroorzaakten omdat de geluiden zich door trillingen in de constructie van het complex voortbewogen. De zaagwerkzaamheden hebben bovendien veel tijd in beslag genomen (volgens de eigen stelling van Vesteda in punt 73 van de conclusie van antwoord hebben de zaagwerkzaamheden voortgeduurd tot begin januari 2018).
- Aan de overlast van de dieseldampen van de motoren van de hoogwerkers kent het hof voor de bewoners op begane grond en op de eerste verdieping 30% toe, voor bewoners op de tweede verdieping 15% en voor bewoners op de hoger gelegen verdiepingen geen percentage. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de dieseldampen op de begane grond werden uitgestoten. [geintimeerden] hebben onvoldoende betwist dat de overlast door deze dampen afnam, naarmate het appartement hoger gelegen is, en zij hebben in hun inleidende dagvaarding stank door dieseldampen vermeld als gebrek voor de bewoners tot en met de tweede verdieping. Het hof acht bij de bepaling van dit percentage verder van belang dat de hinder met name werd ondervonden als een hoogwerker nabij het appartement was geplaatst en minder was als een hoogwerker naar een andere plek bij de gevel was verplaatst. Het hof acht verder geen aanleiding aanwezig om een onderscheid aan te brengen in verband met het feit dat vanaf een bepaald moment maatregelen zijn genomen om de hinder door dieseldampen te verminderen (zoals het draaien van de hoogwerkers en het monteren van afvoerslangen). De partijen hebben hun stellingen op dat vlak onvoldoende uitgewerkt. Bovendien is het om de aan het slot van rov. 6.10.4 genoemde redenen gerechtvaardigd om in zoverre geen verder onderscheid aan te brengen.
- Aan het feit dat [geintimeerden] gedurende de periode van zes maanden “op een bouwplaats” hebben moeten leven, tussen bouwhekken, met vervuiling van zand en puin en afzettingen als gevolg waarvan de toegang tot het appartementencomplex werd belemmerd, kent het hof 10% toe.
- Aan de met het leven op een bouwplaats samenhangende geluidsoverlast, veroorzaakt door onder meer het zeer vroeg in de ochtend arriveren van de bouwvakkers, het zeer vroeg aanvangen van de werkzaamheden en het geluid van onder meer de dieselmotoren van de hoogwerkers, kent het hof eveneens 10% toe.
- Aan het feit dat voor de ramen van elk appartement beschermingsschotten moesten worden geplaatst gedurende de periode dat in de directe nabijheid van dat appartement werd gewerkt, met als gevolg een verminderde toevoer van frisse lucht en licht, kent het hof 5% toe. Het hof neemt daarbij enerzijds in aanmerking dat de hinder door verminderde toevoer van lucht en licht niet te verwaarlozen is, maar anderzijds dat de tijdsduur van deze hinder per appartement relatief beperkt in tijd is geweest.
- Aan het feit dat direct voor de ramen van bepaalde appartementen (namelijk die van geïntimeerden in principaal hoger beroep sub 1 en 6) een trap liep ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden vanaf het dak, kent het hof 5% toe. [geintimeerden] hebben voldoende onderbouwd dat de bewoners van deze appartementen hierdoor een extra inbreuk op hun privacy hebben ervaren.
- Aan [geïntimeerden 1] komt een totale huurvermindering toe van 40% (zaaggeluiden) + 15% (dieseldampen, omdat hun appartement op de tweede verdieping gelegen is) + 10% (leven op een bouwplaats) + 10% (overige geluidsoverlast) + 5% (schotten voor ramen)+ 5% (trap/privacy) – 20% (werk buitenshuis) = 65%. Dit komt neer op 10,83% per maand gedurende zes maanden.
- Aan [geïntimeerde 2] komt een totale huurvermindering toe van 40% (zaaggeluiden) + 0% (dieseldampen, omdat haar appartement op de vierde verdieping gelegen is) + 10% (leven op een bouwplaats) + 10% (overige geluidsoverlast) + 5% (schotten voor ramen) = 65%. Dit komt neer op 10,83% per maand gedurende zes maanden.
- aan [geïntimeerden 3] komt een totale huurvermindering toe van 40% (zaaggeluiden) + 0% (dieseldampen, omdat hun appartement op de zesde verdieping gelegen is) + 10% (leven op een bouwplaats) + 10% (overige geluidsoverlast) + 5% (schotten voor ramen) – 20% (werk buitenshuis) = 45%. Dit komt neer op 7,5% per maand gedurende zes maanden.
- aan [geïntimeerden 4] komt een totale huurprijsvermindering toe van 40% (zaaggeluiden) + 30% (dieseldampen, omdat hun appartement op de begane grond gelegen is) + 10% (leven op een bouwplaats) + 10% (overige geluidsoverlast) + 5% (schotten voor ramen) = 95%. Dit komt neer op 15,83% per maand gedurende zes maanden.
- aan [geïntimeerde 5] komt een totale huurprijsvermindering toe van 40% (zaaggeluiden) + 30% (dieseldampen, omdat haar appartement op de eerste verdieping gelegen is) + 10% (leven op een bouwplaats) + 10% (overige geluidsoverlast) + 5% (schotten voor ramen) = 95%. Dit komt neer op 15,83% per maand gedurende zes maanden.
- aan [geïntimeerden 6] komt een totale huurprijsvermindering toe van 40% (zaaggeluiden) + 0% (dieseldampen, omdat hun appartement op de zevende verdieping gelegen is) + 10% (leven op een bouwplaats) + 10% (overige geluidsoverlast) + 5% (schotten voor ramen)+ 5% (trap/privacy) = 70%. Dit komt neer op 11,67% per maand gedurende zes maanden.
- 1. [geïntimeerden 1] € 1.530,20 x 65% = € 994,63;
- 2. [geïntimeerde 2] € 1.444,85 x 65% = € 939,15;
- 3. [geïntimeerden 3] € 1.466,95 x 45% = € 660,13;
- 4. [geïntimeerden 4] € 1.143,96 x 95% = € 1.086,76;
- 5. [geïntimeerde 5] € 1.300,-- x 95% = € 1.235,--;
- 6. [geïntimeerden 6] € 1.420,57 x 70% = € 994,40.
- 1. € 1.594,86 aan [geïntimeerden 1] ;
- 2. € 1.520,78 aan [geïntimeerde 2] ;
- 3. € 1.542,44 aan [geïntimeerden 3] ;
- 4. € 1.316,14 aan [geïntimeerden 4] ;
- 5. € 1.773,-- aan [geïntimeerde 5] ;
- 6. € 1.489,18 aan [geïntimeerden 6] .
7.De uitspraak
- 1. € 1.594,86 aan [geïntimeerden 1] ;
- 2. € 1.520,78 aan [geïntimeerde 2] ;
- 3. € 1.542,44 aan [geïntimeerden 3] ;
- 4. € 1.316,14 aan [geïntimeerden 4] ;
- 5. € 1.773,-- aan [geïntimeerde 5] ;
- 6. € 1.489,18 aan [geïntimeerden 6] ;
- 1. € 994,63 aan [geïntimeerden 1] ;
- 2. € 939,15 aan [geïntimeerde 2] ;
- 3. € 660,13 aan [geïntimeerden 3] ;
- 4. € 1.086,76 aan [geïntimeerden 4] ;
- 5. € 1.235,-- aan [geïntimeerde 5] ;
- 6. € 994,40 aan [geïntimeerden 6] ;
- de veroordeling van Vesteda om aan [geintimeerden] € 1.070,11 te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- de veroordeling van Vesteda in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter, vermeerderd met rente en nakosten;