Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
ter griffie op 30 september 2020;
- de bij V8 formulier toegezonden akte houdende wijziging petitum, ingediend bij de kantonrechter op 17 juni 2020;
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 november 2020;
- V6 formulier van de zijde van [werknemer] , ingekomen ter griffie op 14 december 2020 met producties 38 t/m 42;
- V6 formulier van [werkgever] , ingekomen ter griffie op 2 juli 2021 met productie 40;
- faxbericht van de zijde van [werknemer] , ingekomen ter griffie op 7 juli 2021 met producties 43 t/m 45.
3.De beoordeling
- primair op de a-grond, te weten het vervallen van de arbeidsplaats als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering;
de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Tevens heeft [werknemer] verzocht om een verklaring voor recht dat [werkgever] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens [werknemer] en veroordeling van [werkgever] -voor zover in hoger beroep nog van belang- tot betaling van:
Na de overname per 1 februari 2016 van de aandelen in [werkgever] door de nieuwe aandeelhouder (hierna: [Deense investeerder] ) werd een project gestart dat was gericht op maximaal en snel laten groeien van de omzet van [werkgever] (project: [project] ). De afdeling Sales & Marketing werd aanzienlijk uitgebreid met daarin een belangrijke rol voor Business Development.
“19 11 21 vaststellingsovereenkomst [werknemer] [titel] ”.Een en ander verdient, zeker in het licht van de besprekingen die in het MT en met [Deense investeerder] in dezelfde periode werden gehouden over de strategie en het budget voor de komende jaren, niet de schoonheidsprijs. Het doet echter niet af aan voormelde constateringen over de gewijzigde strategie en het gewijzigd organisatiemode van de afdeling Sales & Marketing.