Belanghebbende diende op 23 september 2017 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een twee-onder-een-kapwoning. De gemeente bracht leges in rekening, waarop belanghebbende bezwaar maakte. Na onherroepelijke afwijzing van het bezwaar door de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in.
Het geschil betrof de vraag of de legessanctie van artikel 3.1 lid 4 Wro van toepassing was, of de aanvraag tijdig in behandeling was genomen, en of de leges te hoog waren vastgesteld. Het hof overwoog dat de aanvraag vóór 23 november 2017 in behandeling was genomen, gelet op de ontvangstbevestiging, opgevraagde stukken, gesprekken en toetsing aan indieningsvereisten.
Daarmee was de legessanctie niet van toepassing. Ook was de publicatie van de Verordening en tarieventabel correct. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.