Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.To Concept B.V.,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 19 november 2019;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 8 januari 2020, waarbij geen minnelijke regeling van het geschil is bereikt;
- de memorie van grieven van To Concept c.s. van 24 maart 2020 met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] van 9 juni 2020;
- de akte vermindering van eis van To Concept c.s. van 7 juli 2020;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] van 4 augustus 2020.
6.De verdere beoordeling
- de factuur van 29 juni 2017 betreffende “verrekening nota dienstverlening advies en bemiddeling hypotheek [naam 1] ” ten bedrage van € 2.141,25 (met bijlage)
- de creditfactuur van 30 juni 2017 betreffende “verrekening provisies maandfactuur juni 2017” ten bedrage van - € 98,33, met in de bijlage de volgende specificatie.
- de factuur van 8 september 2017 betreffende “verrekening nota dienstverlening advies en bemiddeling hypotheek [naam 2] ” ten bedrage van € 1.353,75 (met bijlage).
- de creditnota van 8 september 2017 betreffende “verrekening maandfactuur augustus 2017”, ten bedrage van - € 41,13, met in de bijlage de volgende specificatie.
conventiede vorderingen van [geïntimeerde] tegen [appellant 2] afgewezen en haar vorderingen tegen To Concept grotendeels toegewezen. De hoofdsom van € 6.766,04 is toegewezen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding en met € 713,30 aan buitengerechtelijke incassokosten. To Concept in veroordeeld in de proceskosten met nakosten. De vordering in het
incidentvan To Concept is afgewezen met veroordeling van To Concept in de kosten. De vorderingen van To Concept in
reconventiezijn afgewezen met veroordeling van To Concept in de kosten.
€ 9.455,33,
€ 532,13en
€ 8.387,47, deze bedragen vermeerderd met de wettelijke (handels)rente,
€ 5.000,-aan contractuele boete en de proceskosten in beide instanties met nakosten.
€ 532,13, vordert To Concept nu van [geïntimeerde] , naast terugbetaling van het door de kantonrechter aan [geïntimeerde] toegewezen bedrag dat, met rente en (proces)kosten, uitkomt op het bedrag van
€ 9.455,33.
€ 8.387,47met rente aan schadevergoeding en
€ 5.000,-aan contractuele boete. Dit laatste bedrag is twee maal het bedrag van het boetebeding in de franchiseovereenkomst. Het bedrag van € 8.387,47 is vermeld op productie TC39 bij memorie van grieven als het saldo van een aantal posten over de periode juli 2017 tot en met januari 2018 betreffende een twintigtal klanten. Deze productie is door To Concept niet afzonderlijk toegelicht terwijl To Concept evenmin heeft toegelicht welk verband er bestaat tussen de verschillende posten op dit overzicht en de grote hoeveelheid stukken die zij bij deze grief heeft overgelegd. Die stukken zijn door [geïntimeerde] besproken en de daarin vermelde cijfers zijn door haar gemotiveerd betwist. Eveneens heeft [geïntimeerde] gemotiveerd betwist dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan uitspanning en dat zij daardoor de contractuele boete van twee maal € 2.500,- heeft verbeurd. Wanneer aangenomen moet worden dat To Concept met betrekking tot haar reconventionele vordering heeft voldaan aan haar stelplicht, in die zin dat zij haar vordering op navolgbare wijze heeft toegelicht en onderbouwd, is het aan To Concept als eisende partij om tegenover de gemotiveerde betwisting ervan door [geïntimeerde] haar stellingen te bewijzen. Dat bewijs heeft zij niet geleverd en haar bewijsaanbod in hoger beroep kan niet als een voldoende gespecificeerd bewijsaanbod worden aangemerkt nu het niet vermeldt op welke feiten en omstandigheden het betrekking heeft. Grief IV wordt daarom verworpen.