Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/354807 / HA ZA 19-85)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 9 januari 2020;
- de memorie van grieven van [appellante] van 19 mei 2020 met eiswijziging;
- de memorie van antwoord tevens inhoudende incidentele grieven van [geïntimeerden] . van 28 juli 2020 met producties en akte van depot van een USB-stick;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel van [appellante] van 6 oktober 2020.
3.De beoordeling
ik leg mijn erfgenamen de last op om bij verkoop en levering van de woning aan de [adres] te [postcode] [plaats] die mij en mijn echtgenote gezamenlijk in eigendom toebehoort, om mijn echtgenote voor een bedrag groot drie honderd duizend euro (€ 300.000,00) in de opbrengst te laten delen voor het geval de koopsom op een lager bedrag dan zes honderd duizend euro (€ 600.000,00) wordt vastgesteld. Deze last gaat bij het overlijden van mijn echtgenote over op haar beide dochters of diegene die krachtens de wettelijke regels omtrent plaatsvervulling voor een van desbetreffende dochters in de plaats komen.”
€ 17.529,-heeft opgenomen van de bankrekeningen van erflater waarover zij geen rekening en verantwoording heeft afgelegd, dat zij op 4 december 2014 uit het vermogen van erflater
€ 10.000,-aan zichzelf heeft overgemaakt en dat zij in de periode van 11 november 2014 tot en met 13 oktober 2015 ten laste van de rekeningen van erflater in totaal
€ 13.350,-heeft overgemaakt naar haar bankrekeningen. Ook heeft [appellante] volgens [geïntimeerden] . in de periode van 12 december 2013 tot en met 15 december 2015 in totaal
€ 4.108,75aan kosten die voor haar eigen rekening dienen te komen, betaald vanuit de bankrekeningen van erflater.
conventievoor recht verklaard dat de inhoud van het testament van erflater van 26 oktober 2015 niet overeenstemt met de (uiterste) wil van erflater, om welke reden dit testament geen rechtsgevolgen heeft, en [appellante] veroordeeld om aan [geïntimeerden] . de som van € 4.108,75 te voldoen vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 juli 2016 tot de dag van de gehele voldoening,
reconventieis de vordering van [appellante] afgewezen. De proceskosten in conventie en in reconventie zijn tussen partijen gecompenseerd.