Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
de erven van mevrouw [geintimeerde 3] ,laatstelijk wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/ rolnummer C/03/260822 / HA ZA 19-111)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met een productie (het beroepen vonnis);
- de door [appellante] genomen memorie van grieven met producties 12 tot en met 14;
- de door [geïntimeerden] genomen memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- Op 22 maart 2002 is [erflater] (hierna: erflater) overleden. Erflater had geen testament gemaakt.
- Erflater was bij leven in gemeenschap van goederen gehuwd met [geintimeerde 3] (geïntimeerde sub 3, hierna: de vrouw). Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, te weten geïntimeerden sub 2 en 3 (hierna: de zoon en de dochter).
- [geïntimeerden] zijn samen erfgenaam van erflater. Zij hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.
- De vrouw is (naar het hof uit punt 6 van de memorie van grieven begrijpt: medio 2020) overleden. De zoon en de dochter zijn samen erfgenaam van de vrouw. [geïntimeerden] hebben niet gesteld dat zij de nalatenschap van de vrouw hebben verworpen of slechts beneficiair aanvaard hebben. Het hof neemt daarom aan dat [geïntimeerden] de nalatenschap, net als de nalatenschap van erflater, zuiver aanvaard hebben.
aangegaan onder de bijzondere bepaling dat volmachtgever [erflater] het aan hem overgedragen perceel bij voorgenomen verkoop te koop dient aan te bieden aan verkoopster(hof: [appellante] )
, voor dezelfde koopsom als waarvoor aan hem werd verkocht.”
- primair: een verklaring voor recht dat [geïntimeerden] niet gebonden zijn aan het voorkeursrecht zoals beschreven in de notariële akte van 6 maart 1978;
- subsidiair: een verklaring voor recht dat het voorkeursrecht zoals beschreven in de notariële akte van 6 maart 1978 niet geldt indien sprake is van eigendomsovergang van het perceel bij wege van schenking;
- I.
- II.
- III.
- [geïntimeerden] zijn als rechtsopvolgers onder algemene titel van erflater gebonden aan het voorkeursrecht zoals beschreven in de notariële akte d.d. 6 maart 1978. Moeder is (hof: thans: was) daar ook aan gebonden voor haar aandeel in de huwelijksgoederengemeenschap, omdat niet alleen het perceel maar ook het voorkeursrecht onderdeel uitmaakte van de huwelijksgoederengemeenschap. De door [geïntimeerden] in conventie primair gevorderde verklaring voor recht dat zij niet gebonden zijn aan het voorkeursrecht, kan dus niet worden toegewezen (rov. 4.3 tot en met 4.16).
- Een (juridisch zuivere) eigendomsoverdracht door middel van schenking is niet in strijd met de bedoeling van het voorkeursrecht, te weten het voorkomen van speculatie. [appellante] kan daarom niet worden gevolgd in haar stelling dat in de omschrijving van het voorkeursrecht met “verkoop” is bedoeld “vervreemding”. De in conventie subsidiair gevorderde verklaring voor recht kan dus worden gegeven (rov. 4.18).
- [appellante] heeft geen belang bij haar eerste voorwaardelijke vordering in reconventie en bovendien is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld (4.20).
- De tweede voorwaardelijke vordering in reconventie en de onvoorwaardelijke vordering in reconventie moeten worden afgewezen op grond van hetgeen in rov. 4.18 is overwogen. De vraag of [geïntimeerden] in geval van schenking aan een ander dan [appellante] onrechtmatig handelen, kan enkel beantwoord worden indien een concrete schenking voorligt (rov. 4.21).
- gedeeltelijke vernietiging van het beroepen vonnis (naar het hof begrijpt: voor zover bij het vonnis de subsidiaire vordering in conventie is toegewezen, de vorderingen in reconventie zijn afgewezen en [appellante] in de proceskosten van het geding in conventie en het geding in reconventie is veroordeeld);
- afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerden] in conventie;
- toewijzing van de vorderingen van [appellante] in reconventie;
aangegaan onder de bijzondere bepaling dat volmachtgever [erflater] het aan hem overgedragen perceel bij voorgenomen verkoop te koop dient aan te bieden aan verkoopster(hof: [appellante] )
, voor dezelfde koopsom als waarvoor aan hem werd verkocht.”
kunnen de grond dus alleen TERUGVERKOPEN aan het R.K. Kerkbestuur te [plaats] , tegen dezelfde prijs waarvoor de koper het heeft gekocht”. Waar schenking volgens de formulering in de brief van 22 november 1972 niet mogelijk was, blijkt uit de brief van 29 november 1972 en de daarop volgende brief van 8 december 1972 in het geheel niet dat beoogd is schenking (zonder het perceel eerst aan [appellante] aan te bieden) alsnog mogelijk te maken.
- A. niet voldaan aan de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld;
- B. [appellante] geen belang heeft bij deze vordering.
- de toewijzing van de subsidiaire vordering in conventie;
- de afwijzing van de voorwaardelijke vordering I in reconventie;
- de veroordeling van [appellante] in de proceskosten van het geding in conventie en het geding in reconventie.
- de subsidiaire vordering in conventie afwijzen;
- [geïntimeerden] in reconventie veroordelen om bij een voorgenomen vervreemding van het perceel (waaronder ook een voorgenomen schenking van het perceel moet worden verstaan), het perceel eerst aan [appellante] aan te bieden overeenkomstig de voorwaarden van het voorkeursrecht;
- [geïntimeerden] veroordelen in de proceskosten van het geding in conventie;
- de proceskosten van het geding in reconventie tussen de partijen compenseren, aldus dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen.
4.De uitspraak
- de toewijzing van de subsidiaire vordering in conventie;
- de afwijzing van de voorwaardelijke vordering I in reconventie;
- de veroordeling van [appellante] in de proceskosten in conventie en in reconventie;
- wijst de subsidiaire vordering in conventie af;
- veroordeelt [geïntimeerden] in reconventie om bij een voorgenomen vervreemding van het perceel (thans) [perceel] (waaronder ook een voorgenomen schenking van het perceel moet worden verstaan), de bijzondere verplichting tot aanbieding van het perceel aan [appellante] voor dezelfde koopsom als waarvoor het perceel aan erflater werd verkocht, na te komen;
- veroordeelt [geïntimeerden] in de proceskosten van het geding in conventie, en begroot die kosten aan de zijde van [appellante] tot op heden op € 639,-- aan griffierecht en op € 1.086,-- aan salaris advocaat;
- compenseert de proceskosten van het geding in reconventie tussen de partijen, aldus dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen;