ECLI:NL:HR:2012:BU8514
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling devolutieve werking bij gedeeltelijke afwijzing loonvordering werknemer
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer tegen zijn werkgever, waarbij de arbeidsovereenkomst en de duur daarvan centraal stonden. De kantonrechter oordeelde dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond van 20 november 2007 tot 20 mei 2008, maar wees de loonvordering slechts gedeeltelijk toe wegens subsidiair verweer van de werkgever.
In hoger beroep werd het primaire verweer van de werkgever dat geen arbeidsovereenkomst bestond, niet prijsgegeven. Het hof achtte de werkgever geslaagd in het tegenbewijs en bekrachtigde het vonnis zonder de grieven van de werknemer specifiek te behandelen.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte het primaire verweer van de werkgever in hoger beroep heeft betrokken, terwijl dit verweer reeds door de kantonrechter was verworpen en het vonnis in zoverre onherroepelijk was geworden. Hierdoor werd de devolutieve werking van het appel onjuist toegepast, wat tot tegenstrijdige onherroepelijke uitspraken zou kunnen leiden.
De Hoge Raad vernietigde daarom de arresten van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onjuiste toepassing devolutieve werking en verwijst zaak terug naar gerechtshof Den Haag.