Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Van der Linden namens [appellant] en
- [betrokkene] , namens mevrouw [de bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De schuldsaneringsregeling van appellant is verlengd door de rechtbank op grond van artikel 349a Faillissementswet vanwege een boedelachterstand en niet-naleving van de informatieplicht. Appellant betwist de hoogte van de boedelachterstand en stelt dat hij tijdig alle benodigde informatie heeft verstrekt.
Het hof stelt vast dat er een boedelachterstand van €5.509,05 bestaat en dat appellant bewust niet maandelijks heeft afgedragen, ondanks kennis van de verplichtingen. Ook is de informatievoorziening aan de bewindvoerder onvoldoende en chaotisch geweest, wat verwijtbaar is.
Het hof oordeelt dat de verlenging van de schuldsaneringsregeling terecht is en dat appellant zich tijdens deze verlengde periode stipt moet houden aan alle verplichtingen, waaronder het inlopen van de boedelachterstand. De rechtbank blijft bevoegd om te beoordelen of de regeling uiteindelijk met of zonder schone lei kan worden beëindigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de schuldsaneringsregeling tot maximaal 11 september 2022 wegens een boedelachterstand en niet nagekomen informatieplicht.