ECLI:NL:GHSHE:2021:3870
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Moeder niet-ontvankelijk wegens niet tijdig tenuitvoerleggen machtiging uithuisplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin een machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind was verleend aan de Gecertificeerde Instelling (GI). De ondertoezichtstelling van het kind was reeds van kracht en verlengd tot 18 januari 2022.
Tijdens de procedure stelde het hof vast dat de GI de machtiging tot uithuisplaatsing niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden had uitgevoerd. De GI gaf aan dat het niet gelukt was tijdig een geschikte plek voor het kind te vinden. Hierdoor is de machtiging op grond van artikel 1:265c lid 3 BW vervallen.
Omdat de machtiging niet meer van kracht is, acht het hof een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing niet aan de orde. Tevens oordeelde het hof dat zonder uitvoering van de machtiging geen inbreuk op het gezinsleven kan worden aangenomen, zodat geen rechtens relevant belang bestaat voor toetsing.
Het hof verklaart de moeder daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vernietiging van de beschikking en bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig tenuitvoerleggen van de machtiging tot uithuisplaatsing.