ECLI:NL:GHDHA:2017:1535
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C. van Nievelt
- E.A. Mink
- R.G. Kok
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep wegens vervallen belang bij toetsing machtiging uithuisplaatsing
In deze zaak staat het hoger beroep van de moeder centraal tegen een beschikking van de rechtbank die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind aan een gecertificeerde instelling had verleend. De machtiging gold voor de periode van 14 november 2016 tot 12 januari 2017 en was uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De moeder is met het kind naar het buitenland vertrokken voordat de machtiging ten uitvoer werd gelegd. Hierdoor kon de gecertificeerde instelling de uithuisplaatsing niet effectueren binnen de geldende termijn, waardoor de machtiging verviel. De moeder stelde dat zij ondanks het verlopen van de termijn belang had bij een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing.
Het hof overweegt dat volgens vaste jurisprudentie een ouder in beginsel belang heeft bij toetsing van een uithuisplaatsing, ook als de maatregel is geëindigd, vanwege het recht op gezinsleven. Echter, in deze zaak is de machtiging niet ten uitvoer gelegd en kan dat ook niet meer, waardoor geen inbreuk is gemaakt op het gezinsleven. De moeder heeft geen rechtens relevant belang meer bij toetsing. Ook een toekomstig belang bij een nieuw verzoek tot uithuisplaatsing acht het hof niet relevant, omdat daarover dan opnieuw wordt beslist.
De moeder is niet verschenen bij de zitting, waardoor zij geen nadere toelichting kon geven. Het hof verwerpt daarom het hoger beroep van de moeder wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep van de moeder wegens gebrek aan belang omdat de machtiging tot uithuisplaatsing niet is uitgevoerd en vervallen is.