Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 5 juni 2020 te Tilburg opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 11,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op één of meerdere tijdstippen in de periode 1 januari 2020 tot en met 4 juni 2020 te Tilburg, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
bezit van harddrugs, witwassen en eventueel
dealen van harddrugsdoor de verdachte – begrijpt het hof dat het bevel is gegeven ten aanzien van beide op de tenlastelegging genoemde feiten. Het hof maakt bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging van de verdachte derhalve geen onderscheid tussen het onder 1 en het onder 2 tenlastegelegde, maar beoordeelt dit in zijn totaliteit.