ECLI:NL:GHSHE:2021:424
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- S. Riemens
- O.A.J.M. Lavrijssen
- G.J. Schiffers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in verkrachtingszaak na hoger beroep
In deze zaak was verdachte door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor verkrachting met een gevangenisstraf en taakstraf, alsmede een schadevergoeding aan de benadeelde partij. Zowel verdachte als het Openbaar Ministerie gingen in hoger beroep. Het hof heeft het bewijs opnieuw onderzocht, waarbij het bewijs uit verklaringen van de benadeelde partij en getuigen onvoldoende werd geacht om het tenlastegelegde te bewijzen.
De aangeefster en verdachte hadden een langdurige geheime seksuele relatie. Het incident vond plaats in een hotelkamer, waarbij de verklaringen over de aard van het contact verschilden. De benadeelde partij deed aangifte en verklaarde onder meer dat zij met geweld was gedwongen. De verdachte ontkende dit en gaf een andere weergave van de gebeurtenissen.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van de benadeelde partij onvoldoende steun vonden in ander bewijsmateriaal, zoals getuigenverklaringen, medische rapporten en WhatsApp-berichten. Er was geen forensisch medisch onderzoek en de medische gegevens boden onvoldoende ondersteuning. Het bewijsminimum volgens artikel 342, tweede lid, Sv werd niet gehaald, waardoor verdachte werd vrijgesproken.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de tenlastelegging niet bewezen kon worden. Het hof veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten, begroot op nihil. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor verkrachting en de schadevordering wordt afgewezen.