Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] , Zwitserland,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,in haar hoedanigheid van gemachtigde van
[gemachtigde 1 van geintimeerde 2] , [gemachtigde 2 van geintimeerde 2]en
[gemachtigde 3 van geintimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 30 april 2019, waarbij het hof een meervoudige comparitie na memorie van antwoord heeft gelast;
- de meervoudige comparitie/pleidooi, waarbij [appellanten] pleitnotities hebben overgelegd.
6.De beoordeling
Beoordeling van de NEE-posten van het document “Beoordeling kosten [appellante] datum 5 maart 2015”, eveneens gedateerd 6 april 2015 (prod. 8 inl. dagv.) .
beheerskosten(samengevat) overwogen:
in conventiedat de vordering sub 1 dient te worden afgewezen omdat [appellante] ter zake de beheerskosten meer toekomt dan het bedrag van € 26.874,74 (rov. 4.8). In het verlengde daarvan oordeelt de rechtbank
in reconventiedat voor recht zal worden verklaard dat de beheerskosten moeten worden vastgesteld op een bedrag van
depotgeldenheeft de rechtbank, kort gezegd, geoordeeld dat de stelling van [appellant] en [appellante] niet juist is aangezien in de vaststellingsovereenkomst uitdrukkelijk is bepaald dat de rechtbank bij vonnis zal beslissen
“over de in reconventie ingediende claim betreffende de waardepapieren.”Vervolgens is in het vonnis van 14 juli 2010 beslist dat deze claim buiten de verdeling zou blijven en is bij eindvonnis van 27 juli 2010 de verdeling gelast zoals op de comparitie van 29 juni 2010 overeenkomen. Nu tegen dat vonnis geen rechtsmiddel is ingesteld, was aan de vaststellingsovereenkomst voldaan, zodat de depotgelden konden worden uitgekeerd.
in conventie[appellanten] bevolen medewerking te verlenen aan de opheffing en uitkering onder alle erfgenamen in gelijke delen van het depot/depotgelden ter grootte van € 30.000,-, bepaald dat, indien [appellanten] , of een van hen, geen medewerking verlenen/verleent aan de opheffing van het depot, de ontbrekende, voor de opheffing noodzakelijke wilsverklaring, kan worden vervangen door de uitspraak van de rechtbank, het vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de proceskosten gecompenseerd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
“over de in reconventie ingediende claim betreffende de waardepapieren.”Vervolgens is in het vonnis van 14 juli 2010 beslist dat deze claim buiten de verdeling zou blijven en is bij eindvonnis van 27 juli 2010 de verdeling gelast zoals op de comparitie van 29 juni 2010 overeenkomen. Nu tegen dat vonnis geen rechtsmiddel is ingesteld, was aan de vaststellingsovereenkomst voldaan, zodat de depotgelden konden worden uitgekeerd, aldus de rechtbank. Daarop zijn de vorderingen van [geïntimeerden] dienaangaande toegewezen in rov. 5.1 en 5.2. De grieven 2, 3 en 4 zijn daartegen gericht en lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling.
“over de in reconventie ingediende claim betreffende de waardepapieren”. Weliswaar is juist dat een dergelijke vordering door [appellanten] bij conclusie van antwoord in reconventie niet was ingesteld, maar uit de vaststellingsovereenkomst volgt dat partijen zijn overeengekomen dat desondanks van een dergelijke vordering moet worden uitgegaan. In het vonnis van 14 juli 2010 heeft de rechtbank geoordeeld dat op grond van de op de comparitie afgelegde verklaringen van partijen de waardepapieren niet in de verdeling moeten worden betrokken. Tegen dat vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat de rechtbank in het vonnis waarvan beroep terecht heeft geoordeeld dat aan punt 12 van de vaststellingsovereenkomst (zie rov. 6.2.3) is voldaan. Daarop heeft de rechtbank terecht beslist dat de depotgelden kunnen worden uitgekeerd en verdeeld op de wijze als in het dictum onder 5.1 en 5.2 vermeld.