ECLI:NL:GHSHE:2021:433

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 februari 2021
Publicatiedatum
16 februari 2021
Zaaknummer
200.266.361_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis geldlening van 30.000 euro in hoger beroep

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde een geldlening van €30.000 aan appellant had verstrekt. Appellant voerde verweer en stelde tegenbewijs te leveren, maar heeft hiervan afgezien. Het hof oordeelde dat geïntimeerde zijn stelling voldoende had bewezen, mede op basis van het tussenarrest.

Het hof concludeerde dat de grieven van appellant, waaronder de belangrijkste grieven I en V, falen en dat het bestreden vonnis van de kantonrechter moet worden bekrachtigd. Ook de overige grieven werden verworpen. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen.

Daarnaast werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die werden begroot op €741 aan griffierecht en €2.031 aan salaris advocaat. Het arrest werd uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 16 februari 2021.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het vonnis wordt bekrachtigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team handelsrecht
zaaknummer 200.266.361/01
arrest van 16 februari 2021
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna “[appellant]”,
advocaat: mr. A. Kara te Maastricht,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna “[geïntimeerde]”,
advocaat: mr. S.G. Ong te Eindhoven,
als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 29 september 2020 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer/rolnummer C/01/333899 / HA ZA 18-310 tussen partijen gewezen vonnis van 5 juni 2019.

5.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest.

6.De beoordeling

6.1.
[appellant] is in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren. Hij heeft daarvan afgezien.
6.2.
Het hof is bij deze stand van zaken van oordeel dat [appellant] het tegenbewijs niet heeft geleverd en dat [geïntimeerde] zijn stelling, dat hij € 30.000,00 ten titel van geldlening heeft verstrekt, heeft bewezen (tussenarrest, 3.23).
6.3.
De conclusie is dat grieven I en V falen en dat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd (tussenarrest, 3.24; ook grieven II tot en met IV falen, tussenarrest, 3.20). Het door [appellant] gevorderde in hoger beroep moet worden afgewezen. [appellant] moet als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in hoger beroep worden veroordeeld.

7.De uitspraak

Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 741,00 aan griffierecht en op € 2.031,00 aan salaris advocaat;
wijst af het door [appellant] gevorderde in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.S. Frakes, S.C.H. Molin en B.E.L.J.C. Verbunt en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 februari 2021.
griffier rolraadsheer