In deze strafzaak stond de ontnemingsvordering tegen betrokkene centraal, die werd veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt in Dordrecht. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €85.084,24 en een betalingsverplichting opgelegd. Betrokkene stelde hoger beroep in, waarna het hof in 2017 de betalingsverplichting matigde tot €80.000. Na cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 21 oktober 2021 heeft het hof het dossier opnieuw onderzocht. Het hof concludeerde dat betrokkene geen deel had in de opbrengsten van de criminele organisatie, maar wel voordeel had genoten uit het medeplegen van hennepteelt. Op basis van het BOOM-rapport en een gedetailleerde kosten- en opbrengstberekening werd het voordeel geschat op €82.967, waarvan de helft aan betrokkene werd toegerekend, namelijk €41.483.
Het hof mat de betalingsverplichting met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Betrokkene kreeg een betalingsverplichting van €37.334 opgelegd. De duur van de gijzeling werd vastgesteld op 746 dagen, conform de wettelijke regels. Verzoeken tot betaling in termijnen werden afgewezen omdat de wet dit niet toestaat in ontnemingszaken. Het arrest werd op 4 november 2021 uitgesproken door het hof 's-Hertogenbosch.