Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
16 januari 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de betrokkene tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit deelname aan een criminele organisatie die hennepkwekerijen exploiteerde.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de uitspraak van het hof uitsluitend wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting, met vermindering daarvan volgens de gebruikelijke maatstaf, en verwierp het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de uitspraak van het hof niet tot vernietiging leiden, maar stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde.
Dit leidde tot vermindering van de betalingsverplichting van € 37.334 naar € 33.600. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor zover de hoogte van de betalingsverplichting betreft en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel verminderd tot € 33.600 wegens overschrijding redelijke termijn.