Uitspraak
Parketnummer: 20-001126-20
[verdachte] ,
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 27 februari 2020 heeft verdachte te Breda een overtreding begaan van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft hierover op 5 juni 2020 een vonnis gewezen. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het gerechtshof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en heeft opnieuw recht gesproken. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. De beslissing is gebaseerd op de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde en ten tijde van het arrest van toepassing waren.
Het arrest is mondeling gewezen door de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 1 juni 2021. Verdachte werd niet in persoon gehoord, waardoor het arrest verstek is gewezen. De straf is relatief kort en betreft een directe gevangenisstraf zonder bijkomende maatregelen vermeld in het arrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.