Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats 1] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats 1] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak vorderden appellanten in kort geding een verbod op de verdere executie van een ontbindings- en ontruimingsvonnis wegens huurachterstand. Het hof behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg.
Tijdens de procedure werd appellanten het recht ontzegd om een memorie van grieven in te dienen, omdat zij de originele memorie niet binnen de gestelde termijn hadden overgelegd. Dit leidde tot een akte niet-dienen, een bindende tussentijdse beslissing. Het hof overwoog echter dat deze sanctie te zwaar was, mede omdat de per fax ingediende memorie van grieven was ondertekend en het verzuim vooral bestond uit het niet fysiek overleggen van het originele stuk.
Het hof besloot daarom terug te komen op de eerdere beslissing en stelde partijen in de gelegenheid om alsnog schriftelijk te reageren en de originele memorie van grieven te overleggen. De zaak werd aangehouden tot de rolzitting van 30 maart 2021 voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het hof herroept de akte niet-dienen en stelt partijen in de gelegenheid alsnog te reageren en de memorie van grieven te overleggen.