De zaak betreft een hoger beroep van een voormalige curator tegen een beschikking van de kantonrechter die hem geen beloning toekende voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording en hem verplichtte de aanvangswerkzaamheden van de opvolgend curator te vergoeden.
De voormalige curator was benoemd tot curator van een curandus en droeg het dossier over aan een opvolger vanwege zijn gevorderde leeftijd en mantelzorgtaken. De kantonrechter had hem ontslagen en bepaalde dat hij geen beloning kreeg voor de eindrekening en dat hij de kosten van de opvolgend curator moest betalen.
In hoger beroep stelde de voormalige curator dat de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren hem recht geeft op een forfaitaire beloning voor de eindrekening en dat hij niet gehouden is de aanvangskosten van de opvolgend curator te betalen. Het hof oordeelde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn om van de Regeling af te wijken en dat de voormalige curator recht heeft op de beloning voor de eindrekening. Tevens is er geen grond om hem de kosten van de opvolgend curator te laten betalen.
Het hof vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de beloning voor de eindrekening en de vergoeding van de opvolgend curator betreft en stelde de beloning van de voormalige curator vast op €204 exclusief BTW. Het verzoek tot vergoeding van griffierechten werd afgewezen.