Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Uit HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:351 “(3.1.3.) blijkt nog het volgende:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant was onder schuldsaneringsregeling gesteld bij vonnis van 11 juli 2018. De rechtbank beëindigde deze regeling tussentijds op verzoek van de bewindvoerder wegens niet-nakoming van verplichtingen, waaronder informatieplicht, inspanningsplicht en afdrachtverplichting. Appellant was gedetineerd en verscheen niet in hoger beroep.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn geestestoestand en mentorschap hem belemmerden zijn verplichtingen na te komen en dat de detentie het naleven van verplichtingen bemoeilijkte. Ook stelde hij dat de bewindvoerder niet adequaat was geïnformeerd en dat de strafrechtelijke veroordeling nog niet definitief was.
Het hof oordeelde dat appellant vanaf het begin van de regeling tekort was geschoten, ondanks herhaalde waarschuwingen. De detentie kon hem worden toegerekend en zijn privacybehoefte rechtvaardigde geen schending van de informatieplicht. Medische stukken ter onderbouwing van zijn beperkingen ontbraken. Het hof vond geen grond voor verlenging van de regeling en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, inclusief de uitspraak van faillissement zodra het vonnis in kracht van gewijsde treedt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei en spreekt het faillissement uit.