Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 (op de [straatnaam] ) te Steenbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven,
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door:
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door:
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door [het slachtoffer] :
hij op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat dit voor bedreiging of afdreiging geschikt was, voorhanden heeft gehad.
hij op 2 september 2017 (op de [straatnaam] ) te Steenbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,
hij op 2 september 2017 te Steenbergen (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld, te weten door:
hij op 2 september 2017 te Steenbergen, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld, te weten door:
hij op 2 september 2017 te Steenbergen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door [het slachtoffer] :
hij op 2 september 2017 te Steenbergen een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat dit voor bedreiging of afdreiging geschikt was, voorhanden heeft gehad.
1. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 september 2017 (dossierpagina’s 85-86), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 september 2017 (dossierpagina’s 83-84), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
3. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 september 2017 (dossierpagina’s 81-82), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 3] :
4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2017, met foto’s (dossierpagina’s 28-40), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant
[verbalisant 1] :
hof: vrijdag 1 september 2017) over praten. Ik zou naar zijn woning gaan aan de [straatnaam] . [verdachte] zou koken. Ik kwam daar rond 19.00/19.15 uur aan. Ik heb mijn [merk auto] geparkeerd bij het oude postkantoor. [verdachte] had het eten voorbereid, we dronken een wijntje en gingen praten over de ruimte die ik nodig had in onze relatie. Ik heb [verdachte] verteld dat ik gelukkig ben, maar dat ik soms twijfel.
7. Het proces-verbaal bevindingen telefoongesprek m.b.t. verstuurde app 03.22 uur (dossierpagina 259), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] :
september 2017 (dossierpagina’s 249-257), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster:
hof: maandag 28 augustus 2017) app-contact met hem gehad en hem aangegeven dat ik ruimte nodig had. Op dinsdag zag ik [verdachte] en hadden we ook contact. Ik had eerst aangegeven dat hij me moest appen of bellen of het uitkomt dat hij langskomt. En ineens stond hij in mijn tuin. (..) Ik heb toen gelijk aangegeven dat hij mij wat meer ruimte moest geven. Hij zei dat hij dan wel ging en verliet een beetje boos mijn woning. Hij zei dat hij er klaar mee was en liep weg zonder gedag te zeggen. (..)
hof: vrijdag 1 september 2017) ben ik naar [verdachte] zijn woning gegaan. (..)
het hof begrijpt op 2 september 2017) en zei "Naar binnen. Denk er aan". Toen ik de garage binnenliep moest ik me gelijk uitkleden.(..) Ik weet dat ik mee moest lopen vanaf de auto naar de garage.(..) Het voelde zo niet goed. [verdachte] was ook heel anders. (..) Hij was heel dwingend, intimiderend. Hij pakte me ook heel hard vast. Ik wist wel dat ik niet zoveel in te brengen had.
het hof begrijpt: de ex-echtgenoot van aangeefster) doodschieten. Kun je ook verder met je leven."
9. Het proces-verbaal van bevindingen (informatief gesprek zeden) d.d. 13 september 2017 (dossierpagina’s 261-264), voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :
11. Het proces-verbaal bevindingen videobeelden telefoon verdachte, opgemaakt op 12 oktober 2017 door verbalisant [verbalisant 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (dossierpagina’s 280-292):
2. Opname [nummer] . starttijd 04.23 uur, duur 3 minuten en 14 seconden.
3. Opname [nummer] . starttijd 04.27 uur, duur 43 minuten en 24 seconden.
hof: dossierpagina 280- 299) betreft de door mij weergegeven NNM dus [verdachte] .
Het steekincident op de [straatnaam] te Steenbergen (feit 1)
“hij zei gewoon keihard nee. Hij zei dat we dat niet meer gingen doen. Hij zei: ik moet je nu wel vermoorden. Het wordt nu afgemaakt.”Verdachte heeft haar daarna nog een aantal keren proberen te wurgen. De eerste keer toen zij nog rechtop stond en verdachte voor haar ging staan en haar keel met zijn handen dicht kneep. Aangeefster heeft verklaard dat zij zich toen voelde wegglijden en dat verdachte kalm en berekenend bleef. Daarna, toen zij op de grond in een plas bloed bijkwam, voelde zij dat verdachte haar vanaf de zijkant met twee handen om haar nek vastpakte en wederom hard kneep. Op hetzelfde moment hoorde zij de politie roepen en glasgerinkel. Op de vraag van verbalisant [verbalisant 3] bij aankomst (omstreeks 6.50/6.55 uur) wat verdachte deed toen zij “politie’ riepen, wist aangeefster nog uit te brengen dat verdachte haar toen aan het wurgen was.
.
poging tot doodslag.
verkrachting.
feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Ondergetekenden concluderen dat betrokkene niet voldoet aan de kenmerken van een separate persoonlijkheidsstoornis. Hij heeft geen a priori antisociale attitude en voldoet evenmin aan de criteria van psychopathie. Wel menen ondergetekenden - op grond van psychologisch testonderzoek, dossierinformatie en hetgeen betrokkene over zichzelf in relatie tot partners vertelt - dat er bij hem sprake is van afhankelijke persoonlijkheidskenmerken alsmede (lichte) narcistische trekken. Betrokkenes afhankelijkheidsproblematiek is in het verleden vastgesteld en gold als onderdeel van zijn tbr-behandeling. In het dagelijks leven wordt deze afhankelijkheidsproblematiek, die hand in hand gaat met betrokkenes inferioriteits-gevoelens, overdekt door narcistische dynamiek, zoals die naar voren komt in zijn façade-gedrag opdat hij daarmee de afhankelijke kanten van zijn persoonlijkheid kan verhullen en de 'schone schijn' kan ophouden. Betrokkenes afhankelijkheidsdynamiek komt logischerwijze vooral naar voren als zijn partnerrelatie tot een einde komt c.q. dreigt te komen, bovenal in relaties waarin hij meent veel te hebben geïnvesteerd en die hij niet wenst te verbreken. Hij vertelt hierover "zó [z]ijn best" te hebben gedaan teneinde het de ander naar haar zin te maken in de hoop de relatie te bestendigen. Betrokkene voelt zich in een fase waarin de relatie eindigt of dreigt te eindigen, dan ook onrustig en wordt getriggerd in zijn insufficiëntiegevoelens en verlatingsangsten, kortom: zijn afhankelijkheidsdynamiek. Daadwerkelijke verlating of de dreiging ervan kan dan narcistische dynamiek activeren, waarin krenkbaarheid en zijn deels gebrekkige empathische vermogens door zijn façadegedrag ('hij, de onafhankelijke man') heen breken, waardoor woedegevoelens ontstaan. Hierna kan hij bijvoorbeeld financiële eisen stellen ter compensatie van 'geleden schade', maar, zoals in het verleden is gebleken, betrokkene kan ook overgaan tot interpersoonlijk agressief gedrag, zoals mishandeling en verkrachting. Aangaande deze seksuele delicten menen ondergetekenden - gelijk voorgaande rapporteurs pro Justitia - dat deze niet voortvloeien vanuit een parafilie, hyperseksualiteit of verkrachtingsfantasieën, maar kunnen worden gezien als een agressieve handeling ter ultieme vernedering van zijn vertrekkende partners, maar wellicht ook om controle te behouden en de ander te dwingen niet los te laten en het weer goed te maken.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan [slachtoffer] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 61.946,49 (eenenzestigduizend negenhonderdzesenveertig euro en negenenveertig cent) bestaande uit € 1.946,49 (duizend negenhonderdzesenveertig euro en negenenveertig cent) materiële schade en € 60.000,00 (zestigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.